
Hoe trekt en behoudt de TU/e de juiste vwo-scholieren?
Aanpak op drie fronten: scholieren, leraren en curriculum
De overgang van middelbare school naar hoger onderwijs moet “een glijbaan worden in plaats van een duikplank”. Dit zegt Ella Hueting, directeur van het nieuwe Onderwijsnetwerk Zuid Nederland, een initiatief van de TU/e. Wat doet de universiteit om scholieren zo zacht mogelijk te laten landen?
Namens de TU/e zette Ines Lopez Arteaga, dean van het Bachelor College, afgelopen november haar handtekening onder een intentieverklaring. Vertegenwoordigers van acht andere grote spelers uit het voortgezet en het hoger onderwijs in Noord-Brabant en Limburg deden hetzelfde, en zo werd Onderwijsnetwerk Zuid Nederland een feit.
Het doel van het samenwerkingsverband is om de overgang tussen de middelbare school en het hbo of de universiteit voor nieuwe studenten zo goed mogelijk te laten verlopen. De partners steken daartoe in op drie niveaus: scholieren, leraren en beleid. Eindhoven School of Education (ESoE) gaat onderzoek doen naar het effect van de interventies.
Het onderwijsnetwerk
Vanuit het voortgezet onderwijs zijn de volgende partijen vertegenwoordigd in Onderwijsnetwerk Zuid Nederland: Brainport-scholen, Onderwijsregio Brabant Oost en Onderwijsregio Limburg. Die vanuit het hoger onderwijs zijn, behalve de TU/e: Tilburg University, Universiteit Maastricht (Faculty of Science and Engineering), Fontys Hogeschool, HAS Green Academy (Venlo) en Avans Hogeschool.
Het zuiden is niet de eerste regio in Nederland die voortgezet en hoger onderwijs samenbrengt in een netwerk. Sterker nog: “We zijn de laatste – maar wel meteen de grootste.” Ella Hueting, die na de zomer begon bij de TU/e als directeur van het nieuwe Onderwijsnetwerk Zuid Nederland, zegt het met een knipoog.
Hueting is van huis uit jurist, maar ontwikkelde een voorliefde voor het innovatieve karakter van technisch onderwijs. Ze was onder andere hoofd van de engineeringopleidingen van Fontys.
Schatplichtig voelt ze zich aan Ines Lopez Arteaga, van wie het idee voor het samenwerkingsverband afkomstig is, en aan Gerrit Kroesen, die aan de slag ging om het netwerk te realiseren.
STEM-vakken
Hoewel niet alleen instellingen met technische opleidingen deel uitmaken van het onderwijsnetwerk, richt het zich om te beginnen op de aansluiting van bètavakken op technische studies. “Dat heeft te maken met het belang voor de regio; niet voor niets krijgen we ondersteuning van ASML”, zegt Hueting
Maar wat ook meespeelt, is de landelijke herziening van het vwo-curriculum voor de bètavakken ofwel STEM-vakken, waarbij de afkorting staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics. Die onderwijsvernieuwing wordt op dit moment vormgegeven, en ijzer smeden gaat nu eenmaal beter als het heet is. Gezamenlijk leggen de partners meer gewicht in de schaal aan de overlegtafels bij curriculumontwikkelaar SLO.
Belangrijk speerpunt is STEM-onderwijs aantrekkelijker maken voor meisjes en jongeren met een migratieachtergrond
Later breidt de focus zich uit naar andere vakgebieden, zegt Hueting: “Zoals economie, waarbij de Tilburgse universiteit de kar zal trekken.”
Alle hens
Eerst is het echter alle hens aan dek in de techniek. Hueting: “Belangrijk speerpunt is dat we STEM-onderwijs aantrekkelijker maken voor doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn in de technische studies: meisjes en jongeren met een migratieachtergrond.”
“Daar zit de potentie in Nederland, bij die groepen is echt nog wat te winnen.” Onderbenut talent noemt ze het: “Jongeren die het zouden kunnen, maar die toch niet kiezen voor een technische vervolgopleiding. Die zich bijvoorbeeld onzeker voelen en niet op de juiste manier worden gestimuleerd in het onderwijs.”
Zeven gemiddeld
En dat kunnen we ons in de Brainportregio niet permitteren: talent in de techniek onbenut laten. Dat weet ook Marjoleine van Kollenburg-Wouters, programma-manager van en drijvende kracht achter Pre-TU/e, de noemer waaronder de universiteit activiteiten organiseert voor middelbarescholieren.
“Laatst hoorden we van een school dat leerlingen er alleen het NT-profiel (Natuur & Techniek, red.) mogen kiezen als zij minstens een zeven gemiddeld staan voor de STEM-vakken. Is zo’n regel wenselijk nu we iedereen nodig hebben in de techniek? Over die vraag kunnen we binnen het netwerk in gesprek gaan en gezamenlijk een visie ontwikkelen.”
Pre-TU/e
Pre-TU/e bestaat al een stuk langer dan het Onderwijsnetwerk Zuid Nederland, en biedt een waaier aan programma’s aan voor het voortgezet onderwijs. Van Kollenburg somt er enkele op: “Van expertbegeleiding bij profielwerkstukken en workshops Challenge-Based Learning, tot profielkeuzedagen voor 3vwo en een photonics masterclass.”
We ontwikkelen nu een scholierenproject in samenwerking met het vrouwenelftal van PSV
Enthousiasmeren door te laten ervaren staat voorop, en de begeleiding is steevast in handen van studenten. Het Pre-TU/e-team telt twee vaste onderwijsontwikkelaars om de activiteiten inhoudelijk en didactisch verantwoord vorm te geven.
“De ene is afkomstig uit het voortgezet onderwijs, de andere is ingenieur en komt van lerarenopleiding ESoE. Geen marketeers dus, maar professionals met inhoudelijke en didactische kennis.”
Gratis lessen
Een van de onderwijsontwikkelaars binnen Pre-TU/e is Emily van Leemput. Ze ontwikkelt ook lessen voor 4TU.Schools, een platform waarvoor de vier technische universiteiten samen met het voorgezet onderwijs lessen ontwikkelen en die gratis aanbieden.
De lessen zijn bewust vakoverstijgend, vertelt Van Leemput. “Op technische universiteiten zien we vaak verschillende vakgebieden samenkomen in onderzoek. In onze lessen koppelen we die vakoverstijgende onderwerpen juist expliciet aan monovakken op de middelbare school.”
Zo is er bijvoorbeeld de les ‘Wat hebben DNA en data met elkaar te maken?’, die gaat over dataopslag in synthetische DNA. “Daarbij gaan we in op wat data en DNA nou eigenlijk zijn. Allebei heel relevante concepten voor middelbare scholieren.”
Voor die les ging Van Leemput langs bij een onderzoeksgroep binnen Biomedical Engineering, die haar voorzag van input. “Zo kunnen we heel geïnformeerd tot materiaal komen, waarin we de expertise van de universiteit laten aansluiten op de lesstof van de middelbare school.”
4TU.Schools bestaat bijna een jaar en heeft inmiddels zo’n zeventig gratis lessen ontwikkeld.
Vrouwenelftal
Aansprekende onderwerpen vindt het team van Pre-TU/e binnen de TU/e, bijvoorbeeld bij studententeams, maar ook daarbuiten. Van Kollenburg: “We ontwikkelen nu een scholierenproject in samenwerking met het vrouwenelftal van PSV, dat gesponsord wordt door Female Tech Heroes.”
Van Kollenburg merkt dat TU/e-docenten vaak ook enthousiast zijn om mee te denken en bij te dragen. Ze is er blij mee: “In elke faculteit hebben we een contactpersoon of outreach representative. Wie een tof onderzoek doet of een ander interessant idee heeft voor een scholierenproject, kan zich bij diegene melden.”
Vaksteunpunten
Leraren zijn een belangrijke schakel in de overgang van vwo naar hoger onderwijs. Tot de infrastructuur van het Onderwijsnetwerk Zuid Nederland behoren dan ook zogenaamde vaksteunpunten: contact-hubs waar STEM-docenten terecht kunnen met vragen aan vakgenoten uit het hoger onderwijs.
TU/e-docent Hjalmar Mulders is programmaleider van die vaksteunpunten. De natuurkundige heeft zelf jaren, gedetacheerd vanuit de universiteit, lesgegeven op een middelbare school. “De reden dat we leraren betrekken, is in mijn ogen heel eenvoudig samen te vatten: als de leraar het leuk heeft, vindt de klas het ook leuk.”
Het enthousiasme van de leraar is dus een belangrijke sleutel om scholieren te interesseren voor techniek. De vaksteunpunten zijn hubs, elk gerelateerd aan een STEM-vak, waar zij zich kunnen laten inspireren door vakgenoten uit het hoger onderwijs, met bijvoorbeeld technologische innovaties en de laatste wetenschappelijke inzichten.
Onbewust denk je dat het middelbaar onderwijs nog precies zo is als toen je zelf naar school ging, dertig jaar geleden
Mulders: “Elk vaksteunpunt heeft een coördinator op een van de hogeronderwijsinstellingen uit het netwerk. De TU/e heeft er twee.” Chemicus en vakdidacticus Wendy Sanders coördineert het vaksteunpunt scheikunde. “Zij onderhield al jaren op eigen initiatief zo’n netwerk, en doet daarin heel waardevol werk.”
Mulders zelf coördineert het vaksteunpunt voor natuurkunde. “Leraren kunnen met hun klas bijvoorbeeld proeven doen in het quantumlab op de campus.”
AI in onderwijs
Onderwijsnetwerk Zuid Nederland heeft zich ten doel gesteld om een brede visie te ontwikkelen op de rol van AI in het onderwijs. Docenten uit voortgezet en hoger onderwijs gaan samen in gesprek over de grote invloed van AI op het onderwijs, waar zij allemaal in praktijk de voor- en nadelen van ondervinden.
Grafische rekenmachine
Leraren uit het voortgezet onderwijs hebben daarnaast ook behoorlijk nuttige input voor hun collega’s op de universiteit of het hbo, weet Mulders. “Onbewust denk je dat het middelbaar onderwijs nog precies zo is als toen je zelf naar school ging, dertig jaar geleden. En dus verwacht je dat eerstejaarsstudenten dezelfde bagage meebrengen als jijzelf destijds.”
In die tijd is er echter wel een en ander veranderd. “Wat het schoolvak natuurkunde betreft, is bijvoorbeeld de oude verplichting vervallen om ook wiskunde B te kiezen. Het vak is daardoor anders ingericht, zonder wiskunde B-rekenmethodes.”
Een ware aardverschuiving binnen de STEM-vakken is veroorzaakt door de grafische rekenmachine, meent Mulders, en ook die werd pas gemeengoed nadat een groot deel van de huidige docenten uit het hoger onderwijs examen deed. “En we zitten nu midden in de volgende structurele verandering: de komst van AI.”
Voor internationale docenten is het trouwens nog veel lastiger om in te schatten welke voorkennis zij van hun studenten kunnen verwachten. Plan van het onderwijsnetwerk is daarom om cursussen te organiseren voor docenten van eerstejaarsvakken, om hen hierover te informeren.
Jongeren
Weten wat eerstejaars al geleerd hebben is één ding, maar belangrijker is: weten wie ze zijn. Ook in die waardevolle informatie kunnen leraren uit het voortgezet onderwijs voorzien. Zij kunnen antwoord geven op de vraag: wie zitten er straks in de collegebanken? Zijn ze echt zo digitaal savvy? Hebben ze inderdaad zo’n lage concentratiespanne en hoe behoud je toch hun aandacht? Wat drijft de jongeren van nu?
Wat als een paal boven water staat, is dat de overgang van de gestructureerde schooltijd naar een studie vol verleidelijke vrijheden voor jongeren heel groot is. Mulders: “We vergeten soms dat ze van een dichtgetimmerd systeem met verplichte lessen en huiswerk dat gecontroleerd wordt, terechtkomen in een situatie waarin veel meer zelfstandigheid wordt verwacht.”
Op dat deel van de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs richt het onderwijsnetwerk zich ook. “Die stap moet een glijbaan worden in plaats van een duikplank”, besluit directeur Hueting.





Discussie