Van de tekentafel naar de bouwplaats

TU/e-student werkte vier weken als bouwvakker op Bali

Een gebouw van bijna acht meter hoog met de hand overeind zetten, met een groep studenten zonder bouwervaring en zonder machines. TU/e-student Kaja Amidžić bouwde op Bali mee aan een gemeenschapsruimte. Het project leerde haar wat er gebeurt nadat een architect zijn ontwerp op papier heeft gezet.

Om zes uur ’s ochtends stond Kaja Amidžić op. Even later ging ze met een groep van dertien studenten naar de bouwplaats in het dorp Babahan, op het vasteland van Bali. Eerst was er een briefing: wat moest er die dag gebeuren, wie deed wat? Vervolgens gingen ze aan de slag.

Dat was haar dagelijkse routine. In Indonesië werkte Amidžić mee aan de bouw van een community space voor de lokale gemeenschap en toeristen. Het project was georganiseerd door een architectenbureau uit het Verenigd Koninkrijk en de groep bestond voornamelijk uit bouwkundestudenten van Britse, Ierse en Schotse universiteiten. 

Dat Amidžić op Bali terechtkwam, was toeval. Via een vriendin stuitte ze op het project en ze werd meteen enthousiast. Ze vroeg financiële ondersteuning aan bij de universiteit, maar betaalde zelf haar vliegticket.

Uit de eerste hand

Voor Amidžić was werken op een bouwplaats een heel andere ervaring dan studeren achter een bureau. Het werk was fysiek en zwaar. In het afgelegen dorp waren geen machines voorhanden en de meeste studenten hadden geen ervaring op een bouwplaats. 

Toch was juist dat de reden waarom Amidžić naar Indonesië was gegaan. De bachelorstudent aan de TU/e-faculteit Built Environment wilde niet alleen leren hoe gebouwen in Nederland worden ontworpen, maar ook ervaren wat er gebeurt wanneer een ontwerp daadwerkelijk gebouwd moet worden. 

“Ik denk dat we hier op de TU/e één perspectief hebben op hoe architectuur werkt”, zegt Amidžić. “Maar ik geloof dat je het beste ergens naartoe kunt gaan om het uit de eerste hand te ervaren.”

Eerst leren, dan bouwen

Toch vond Amidžić het plan best opmerkelijk. “Ik dacht eerst: kun je zomaar een groep amateurs naar een bouwplaats sturen om een community space te bouwen? Wat als het gebouw instort als we weg zijn?”

Gelukkig was er veel geregeld om het project veilig te laten verlopen. Zo werd eerst de verzekering afgesloten. Daarna volgden een paar dagen training. “Ze namen drie of vier keer elk stuk gereedschap met ons door, zodat we wisten hoe we het moesten gebruiken.”

Veel van de materialen en gereedschappen kwamen van de lokale gemeenschap. “We leerden dat vrachtwagens en betonmixers niet overal beschikbaar zijn. Je moet veel dingen met de hand doen en werken met wat beschikbaar is.”

Leider van de dag

Gelukkig stonden de studenten er niet alleen voor – vier ervaren leiders begeleidden de groep. Elke dag werd een student aangewezen als leider van de dag. Die hield in de gaten of iedereen zijn of haar werk goed deed en kon bij de begeleiders terecht voor advies. 

Na ongeveer een week kregen de studenten er steeds meer handigheid in. Amidžić had zelf wel ervaring met het maken van modellen en bracht graag tijd door in de werkplaats van haar opleiding. Maar een gebouw neerzetten op ware grootte, was heel andere koek.

“Je moet nadenken over hoe dingen goed in elkaar worden gezet en hoe je ze daadwerkelijk omhoog krijgt.” Sommige balken waren bijvoorbeeld zo groot dat één student ze niet kon tillen. “Je had twee mensen nodig om één balk te dragen. En we hadden er minstens zestien in één constructie.”

Beton mengen in de regen

Ook het weer werkte niet altijd mee. “De eerste twee weken regende het alleen maar en werkten we in de modder”, vertelt Amidžić.

Beton mengen vond ze een van de zwaarste taken, want dat moest met de hand, zonder betonmixer. “We legden stenen in een cirkel en deden alle ingrediënten erin”, legt ze uit. “Vervolgens heb je drie of vier mensen die met een soort gereedschap het mengsel steeds heen en weer duwen en trekken, totdat het goed gemengd is.”

Daarna bracht een andere groep het beton naar de gaten voor de fundering. Dat was een klus waarbij iedereen goed op elkaar moest letten. In de gaten werden stalen wapeningskorven geplaatst: constructies van aan elkaar bevestigde wapeningsstaven die de fundering versterken. 

“Als iemand een fout maakt en zo’n wapeningskorf niet goed rechtop in het gat houdt voordat het beton wordt gestort, kan de fundering scheef of gedraaid komen te staan. Dan werkt de fundering niet goed.”

In de ochtend en middag wisselden de studenten steeds van taak, mede omdat sommige werkzaamheden erg repetitief en zwaar waren. Na de werkdag gingen ze terug naar de lokale gezinnen bij wie ze verbleven. De studenten woonden gedurende de vier weken bij verschillende families in dezelfde straat.

‘Als iemand stop zei, stopte je’

Een van de lastigste momenten kwam toen de hoofdconstructie omhoog moest. De studenten hadden tien frames gebouwd. Om die overeind te zetten, moesten ze constructies van zeven à acht meter hoog met de hand omhoogtrekken. Eén persoon kon zo’n balk niet tillen; de studenten moesten samenwerken om de constructie op zijn plaats te krijgen.

De eerste poging was moeilijk. “Je weet niet wat je moet doen, je weet niet hoe je moet trekken, wie wat doet”, vertelt Amidžić. “Dus we moesten eerst een plan bedenken.”

Toen die aanpak eenmaal duidelijk was, ging het beter. “Je weet waar je moet staan en wat je moet doen.”

Ook veiligheid speelde een belangrijke rol. De studenten droegen helmen en handschoenen. “Maar als iets zwaars op je valt, gaat een helm je niet helpen.” Daarom was een goede samenwerking volgens Amidžić essentieel. “Als één persoon zegt: ‘stop’, dan stop je, punt uit.”

Die manier van samenwerken was niet alleen nodig bij het overeind zetten van de constructie, maar gold eigenlijk voor het hele project. “Als je niet goed als team werkt, werkt het niet.”

Van lijn op papier naar gebouw

De ervaring veranderde vooral de manier waarop Amidžić naar ontwerpen kijkt. “Als architect teken je gewoon een lijn op papier, maar denk je er niet aan dat die lijn uiteindelijk door iemand gebouwd moet worden”, zegt ze. “Ik heb geleerd dat het later een hoop gedoe kan opleveren als je een ontwerp niet goed doordenkt.”

Ook in haar studie leert Amidžić nadenken over hoe een ontwerp in praktijk gebouwd kan worden. Op Bali werd deze manier van denken heel concreet. “Je moet pragmatisch zijn. Zal deze constructie moeilijk zijn om te bouwen? Dan kan ik misschien een compromis sluiten en het iets makkelijker maken voor de bouwers.”

Ze had ook bewust voor het project op Bali gekozen vanwege de aandacht voor klimaatresponsief ontwerpen. “Het klimaat is er heel extreem en verandert afhankelijk van het seizoen. Als je ontwerp daar geen rekening mee houdt, gaat het niet werken.”

Blaren en ervaring

Na vier weken was het gebouw nog niet af. De funderingen waren aangebracht, de poten voor de houten constructie stonden en de tien frames van de hoofdconstructie waren gebouwd. Na het vertrek van de studenten ging de bouw verder.

Ik denk dat we architectuuronderwijs meer naar buiten moeten brengen

Kaja Amidžić
TU/e-student architectuur

Amidžić keerde terug naar Eindhoven met blaren op haar handen, maar vooral met een ervaring die ze niet snel in de collegebanken had kunnen opdoen. 

Dat ze zo’n kans niet via haar opleiding had gevonden, vindt ze jammer. Tijdens het project merkte ze dat de Britse studenten vaker van dit soort mogelijkheden gebruikmaken. 

“Ik denk dat we architectuuronderwijs meer naar buiten moeten brengen”, zegt ze. “We leren in de klaslokalen, en dat is geweldig. Maar ik denk dat we in de architectuur een beetje veldwerk missen.”

Vriendschap voor het leven

Voor Amidžić draaide de ervaring niet alleen om het werk – ook het sociale aspect speelde een belangrijke rol. De studenten werkten vijf dagen per week zij aan zij en verkenden in de weekenden verschillende delen van Bali. Onderweg groeide het team uit tot een hechte vriendengroep. 

“Ik heb me nog nooit zo snel verbonden gevoeld met mensen die ik daarvoor niet kende. Ik denk dat het een vriendschap is voor het leven. We zijn van plan elkaar binnenkort weer te zien.”

Wat Amidžić in vier weken op Bali leerde, ging uiteindelijk verder dan alleen leren bouwen. De belangrijkste les die ze meeneemt in haar opleiding is deze: “Als architect ben je maar één schakel in het geheel.” Een ontwerp is voor haar dan ook niet het eindpunt. Wanneer de tekening de tekentafel verlaat, begint het echte werk pas.

Deel dit artikel