Onderzoek onthult: dit is de CO₂-voetafdruk van de TU/e
Van catering tot luchtverkeer: hoeveel CO₂ stoot de TU/e – direct of indirect – uit als je echt álles meeneemt? Voor het eerst heeft het Sustainability Office de volledige CO₂-voetafdruk van de universiteit in kaart gebracht. Afgelopen dinsdagmiddag presenteerden ze de resultaten tijdens een walk-in lunch, waarbij de tien grootste uitstootbronnen werden uitgelicht.
“We wilden graag een indruk krijgen van hoeveel CO₂ wij uitstoten”, vertelt Erwin Kerkhof van het TU/e Sustainability Office, de leider van dit project. Afgelopen jaar heeft hij samen met zijn team gewerkt om de uitstoot van 2024 zo nauwkeurig mogelijk te berekenen. “We hebben dit eerder geprobeerd, maar nog nooit zo uitgebreid als nu.”
Drie scopes
Achter hem worden de resultaten op een scherm gepresenteerd in de ruimte van de Go Green Office. De vele bolletjes – van klein naar groot – representeren verschillende uitstootbronnen en zijn verdeeld in drie categorieën. “Het gaat om de drie emissiescopes: 1, 2 en 3”, legt Kerkhof uit. “Scope 1 is wat je zelf direct uitstoot op de campus, zoals gas voor de cv, benzine voor de TU/e-auto’s op het terrein, of het koelmiddel van de airconditioning.”
Scope 2 is de uitstoot van de energie die je inkoopt, zoals elektriciteit van een energiecentrale. “Deze staat bij ons op nul, omdat we sinds 2024 groene energie gebruiken op de campus.”
De allergrootste bubbel is scope 3. “Deze representeert de indirecte uitstoot: CO₂ die elders wordt uitgestoten, maar wel ten behoeve van ons”, vertelt Kerkhof. “Denk aan de catering – daarin zit de uitstoot van vleesproductie of transport, die plaatsvindt bij de boer.” Daarnaast vallen hieronder ook de inkoop van de TU/e, zoals ICT-diensten of meubilair, en alle reizen van medewerkers, van woon-werkverkeer tot zakenreizen met het vliegtuig.
Een behoorlijke klus
Om alle data te verzamelen, moest het team veel informatie opvragen bij de inkoopafdeling – een flinke klus, omdat het ging om uitgaven aan verschillende diensten, van ICT tot catering en schoonmaak. “Je moet dingen weten zoals: hoeveel laptops zijn er ingekocht? Hoeveel schoonmaakmiddel is er gebruikt? En hoeveel kilo vlees is er opgegeten?”
“Dit soort data, die je direct kunt afleiden uit je inkoop of verbruik, noemen we activity-based”, legt Kerkhof uit. “Dat zijn de getallen die we zeker weten.” Helaas is niet alle data beschikbaar. Zo zijn Gemini-Noord en het Sportcentrum recent gerenoveerd, maar daarvan is de exacte uitstoot niet bekend – bijvoorbeeld hoeveel beton of staal er is verwerkt. “Hiervoor gebruiken we een spend-based berekening: we schatten de uitstoot in op basis van het geld dat eraan is besteed.”
Werkgroep
Ook andere universiteiten zijn bezig hun uitstoot in kaart te brengen. Er is een landelijke werkgroep van verschillende universiteiten die de uitstoot met elkaar probeert te vergelijken. “Het is niet makkelijk, want je moet zorgen dat je dezelfde rekenmethodes gebruikt; er zijn verschillende manieren om dat te doen”, vertelt Kerkhof.
Daarnaast moet je bepalen hoe je de totale uitstoot naar ratio omzet: kijk je daarvoor naar het aantal studenten, medewerkers, de oppervlakte van de campus, het budget, of iets anders? “Daar zijn we nu met deze werkgroep samen naar aan het kijken, omdat we geloven dat een eerlijke vergelijking interessante inzichten kan opleveren.”
Grootste uitstoters
Op basis van de verzamelde data heeft het team de tien grootste uitstootbronnen in kaart gebracht. Nummer één wordt gedomineerd door renovaties en nieuwbouw op de campus. “Dat zit vooral in het gebruik van materialen zoals staal en beton”, legt Kerkhof uit. Vaker hergebruik van materialen en een grotere inzet van biobased materialen zouden de CO₂-uitstoot flink kunnen verlagen.
Op de tweede plek staat laboratoriumapparatuur en -instrumenten. “We vonden het verrassend dat daar zoveel uitstoot zit.”
De derde plek is voor luchtverkeer – alle zakenreizen per vliegtuig. Dat is niet helemaal verrassend, maar het totale aandeel in het overzicht valt toch behoorlijk op. “Helaas hebben wij geen exacte data, want de TU/e houdt het aantal vliegreizen niet bij”, merkt Kerkhof op. De cijfers zijn daarom gebaseerd op gegevens van de Rijksuniversiteit Groningen, die het wel bijhoudt, en vervolgens omgerekend naar verhouding met het aantal medewerkers.
Een cruciaal startpunt
Kerkhof hoopt dat de resultaten laten zien waar op korte termijn de grootste winst te behalen is. “We hebben het bijvoorbeeld vaak over verduurzaming van de catering, terwijl die uitstoot in vergelijking met andere categorieën best wel meevalt. Deze cijfers zetten alles in een ander perspectief.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat het belangrijk blijft om alle categorieën verder te verduurzamen, ongeacht of de uitstoot relatief klein of groot is. “Bij catering gaat verduurzaming ook over dierenwelzijn, gezondheid en biodiversiteit, thema’s die eveneens van groot belang zijn.”
Voor beleidsmakers leveren de uitkomsten van het onderzoek waardevolle informatie op die richting kan geven aan toekomstige groene initiatieven. Kerkhof stelt dat het eerst nodig is de categorieën zonder nauwkeurige cijfers beter in kaart te brengen. “Het is vrij bizar dat de TU/e geen cijfers heeft over het aantal vliegreizen, terwijl dat zoveel uitstoot veroorzaakt”, zegt hij. “Je moet eerst weten wat je uitstoot is. Dan kun je kijken hoe je, bijvoorbeeld met een vliegbeleid, die uitstoot kunt verlagen – en daarna meten of het werkt.”
Deze eerste volledige CO₂-voetafdruk ziet Kerkhof als een cruciaal startpunt. “Het is een nulmeting. We zijn van plan dit de komende jaren voort te zetten, zodat we kunnen zien welke stappen we hebben gezet en waar nog ruimte is voor verbetering. Het uiteindelijke doel is om in 2050 de CO₂-uitstoot met 95% te reduceren. Dat wordt nog een hele uitdaging”, besluit hij.


Discussie