Achter de schermen | Toos van Doorn, instructeur EHBO
Van technicus tot roostermaker en van IT’er tot horecamedewerker: er zijn vele handen nodig om de TU/e draaiende te houden. Wie zijn deze mensen achter de schermen? Cursor zet ze in de schijnwerpers. Dit keer: zzp’er Toos van Doorn, instructeur EHBO.
Zelf schat ze dat wel vijfhonderd TU/e’ers haar kennen. Als “Toos”, want haar achternaam kent bijna niemand. Toos is gewoon Toos van de bhv. Al een kwart eeuw verzorgt de Riethovense de opleiding, herhalingslessen en inzetoefeningen van de bedrijfshulpverlening (bhv) voor medewerkers en studenten.
Ieder studentenbestuur moet zelf zorgen dat er bhv’ers bij evenementen zijn, en de TU/e wil daarnaast dat in ieder gebouw voldoende bhv’ers aanwezig zijn. Met wie er bij haar lessen komen, heeft Toos niets te maken; dat regelt de TU/e-brandweer.
De planning van de herhalingslessen voor medewerkers wordt ook door de brandweer gemaakt. Bhv’ers die in kantoorgebouwen werken, komen tweemaal per jaar bij Toos. Degenen die in risicogebouwen zoals Helix en Cascade werken, krijgen drie herhalingslessen per jaar.
Wat houdt je baan precies in?
“Ik breng kennis van eerste hulp bij ongelukken over aan medewerkers en studenten, via theorielessen en praktijkoefeningen. Dat doe ik gemiddeld drie dagen per week. Als zzp’er heb ik daarnaast ook andere klanten, zoals groepen uit de horeca en industrie.”
“Via e-learning hebben kandidaten voor een bhv-certificaat de theorie al geleerd. Daarna breng ik ze in Fenix allerlei vaardigheden bij: reanimeren en het gebruik van de AED, slachtoffers verplaatsen, handelen bij verslikking, brandwonden en breuken, en reageren op ziektebeelden zoals een beroerte, epilepsie en diabetes.”
“Bhv’ers moeten ook leren reageren op onverwachte situaties. Daarom organiseren we inzetoefeningen voor medewerkers, waarbij ik altijd Karin Verkorven als LOTUS-slachtoffer meebreng.”
“De brandweer verzint een scenario en ik beoordeel of het realistisch is. Iemand is van een trap gevallen, er ligt een bloedend slachtoffer in een gebouw waar ook brand is, of een medewerker hangt bleek en zwetend op een bureaustoel.”
“Na afloop bespreken we alles met de deelnemers: wat ging goed en wat kan beter? We geven vooral veel complimenten. De deelnemers doen dit vrijwillig en zetten zich echt in.”
Hoe laat klok je in?
“De bijeenkomsten duren een dagdeel en vinden plaats in Fenix. Ik ben drie kwartier van tevoren aanwezig om de presentielijst op te halen, koffie te zetten en de verbandkoffer aan te vullen.”
Hoe laat klok je uit?
“Na drie uur les ga ik de reanimatiepop opvouwen, de koffiebekers opruimen en de stoelen rechtzetten. Ik zorg dat het lokaal er weer netjes uitziet.”
Hoe ben je in deze baan gerold?
“Toen mijn eigen kindjes 4 en 2 jaar oud waren, wilde ik zelf weten wat ik moest doen en laten bij eventuele ongelukken. Ik vond de EHBO-cursus zo interessant dat ik daarna een LOTUS-opleiding ben gaan doen. Ik ben 24 jaar LOTUS geweest.”
“Later volgde ik ook de opleiding tot EHBO-instructeur. Toen ik dat diploma twee maanden op zak had, werd ik gevraagd bij de TU/e te komen werken. Dat is in september precies 25 jaar geleden.”
Wanneer ga je uit deze baan rollen?
“Ik ga eind 2026 met pensioen. Na de zomerstop ga ik alle bhv’ers voor het laatst zien. Ik weet al hoe ik dat ga afsluiten: ‘Als we elkaar buiten de campus ergens tegenkomen, op een terrasje bijvoorbeeld, dan drinken we er een!’”
“Maar echt stoppen met het vak doe ik niet. Ik blijf actief bij de EHBO-vereniging in Riethoven, volg twee keer per maand herhalingen bij het Rode Kruis en blijf als vrijwilliger inzetbaar bij evenementen.”
Wat vind je het leukst aan je baan?
“Omgaan met mensen en ze iets leren. Als ik terughoor dat iemand iets aan mijn lessen heeft gehad, ben ik blij voor die persoon en trots op mezelf. Ik kreeg ooit een grote doos chocolade van een vrouw die dankzij mij precies wist wat ze moest doen toen haar mans ademhaling tijdens de slaap opeens heel anders klonk. Ze besefte dat dat gaspen was en ze heeft hem kunnen reanimeren.” (Gaspen is onregelmatig, krampachtig en luidruchtig naar lucht happen. Het kan duiden op een hartstilstand, red.)
“Een andere medewerker vertelde me dat ze op straat een vreemde heeft kunnen helpen die een epilepsieaanval had. Ze had steeds in gedachten mijn stem met instructies gehoord. Zoiets vind ik geweldig!”
Wat vind je het minst leuk?
“Daar moet ik heel diep over nadenken. Er is eigenlijk niets wat ik niet leuk vind. Soms heb ik een heel drukke week en zucht ik eens als ik mijn agenda zie. Maar zodra ik in de auto stap, heb ik er weer zin in.”
“Als ik echt iets moet noemen, dan gaat het over studenten die – na meerdere opmerkingen van mij – toch op hun telefoon blijven kijken. Dat vind ik niet leuk.”
Wat doe je als je thuis bent?
“Ik houd van wandelen en fietsen en thuis lig ik wel eens op mijn gemak een filmpje te kijken. Het liefst een horror- of actiefilm. Ik blijf daarbij wel opletten of het realistisch is wat ik zie.”
“En ik kijk ook graag naar reality-tv over ziekenhuizen, politie of wegmisbruikers. Dat vind ik zó leuk, categorie ramptoerist, haha. Ik zit dan met mijn neus tegen de televisie aan.”
“Als ik met pensioen ben, wil ik ook wel vrijwilliger zijn in een hospice en fietsmaatje worden voor mensen die niet zelfstandig kunnen fietsen. En wie weet wat er nog op mijn pad komt.”


Discussie