De totale CO₂-uitstoot van de TU/e over 2025 bedroeg 59.108 ton CO₂-equivalent. Dat staat gelijk aan ruim een miljard kopjes koffie, bijna 37 duizend retourvluchten van Amsterdam naar New York of 122 duizend jaar non-stop streamen op Netflix. Ten opzichte van 2024 is de uitstoot daarmee met 1 procent gedaald.
De cijfers staan in het nieuwe CO₂-footprint van de TU/e Sustainability Office, dat voor het tweede jaar op rij de uitstoot van de universiteit in kaart brengt. De belangrijkste data staan bovendien bijeen op deze poster (pdf).
“Het doel van deze meting is om inzicht te krijgen in waar onze grootste impacts zitten”, zegt Isolde D’hert, information analyst bij de Sustainability Office. “Die inzichten zijn essentieel om te bepalen waar je op moet focussen bij het nemen van acties en maatregelen.”
Het grootste deel van de uitstoot komt net als vorig jaar uit de zogeheten Scope 3: indirecte emissies in de keten, zoals de productie van ingekochte goederen en diensten, bouwprojecten, apparatuur en zakelijke reizen.
Van inzicht naar acties
Toen de eerste meting over 2024 werd uitgevoerd, werd meteen duidelijk waar de grootste impact van de TU/e ligt. Sindsdien zijn verschillende initiatieven gestart om de grootste impactbronnen aan te pakken.
Zo is het Sustainable Labs-programma opgezet, waarin wordt onderzocht hoe de TU/e haar laboratoria verder kan verduurzamen. Ook werkt Campus & Facilities (C&F) aan een roadmap richting 2030, met onder meer doelen voor energie, circulaire materialen, plantaardige voeding en het tegengaan van voedselverspilling.
Omdat bouw en renovatie een belangrijke bijdrage leveren aan de footprint, wordt bij projecten zoals Area 19 en de cleanroom nadrukkelijk gekeken naar circulaire en duurzame materialen.
Parkeerproblematiek
Ook mobiliteit krijgt meer aandacht. Naar aanleiding van de parkeerproblematiek op de campus, wordt onderzocht hoe de TU/e het beleid rond woon-werkverkeer verder kan ontwikkelen.
“Samen met C&F heeft de Sustainability Office een student-assistent ingehuurd om de ontwikkelingen rondom mobiliteit in de regio en de stad te onderzoeken. We kijken ook hoe andere universiteiten en grote instellingen met deze vraagstukken omgaan en wat dat voor de TU/e kan betekenen”, legt D’hert uit.
Daarnaast wordt ook in gesprekken met leveranciers steeds meer gekeken naar CO₂-data en duurzame alternatieven.
Benieuwd naar alle resultaten?
De Sustainability Office houdt morgen, op dinsdag 6 oktober, een walk-in lunch in de Green Room in de hal van Atlas. Tussen 12.00 en 13.30 uur staat het team klaar om de resultaten toe te lichten en vragen te beantwoorden. Deelname is gratis en aanmelden is niet nodig.
Steeds betere data
Een belangrijke ontwikkeling in de nieuwe footprintmeting is de verbetering van de datakwaliteit. De TU/e maakt minder gebruik van schattingen op basis van alleen financiële uitgaven (zogeheten spend-based data) en steeds meer van gegevens over daadwerkelijke activiteiten en van leveranciers zelf.
Een belangrijke uitdaging blijft het zakelijke vliegverkeer. De TU/e beschikt nog steeds niet over een volledig eigen overzicht van de vliegreizen van medewerkers.
“Er is geen centraal reisbureau en ook geen makkelijke manier om de benodigde gegevens uit het declaratiesysteem te halen”, legt D’hert uit. Daardoor is de uitstoot van vliegreizen in 2025 opnieuw geschat op basis van gegevens van de Rijksuniversiteit Groningen.
“De Sustainability Office is intern in gesprek om de systemen zo in te richten dat in de toekomst wel TU/e-specifieke vliegdata beschikbaar komen”, aldus D’hert.
2025: kleine daling, grote verschuivingen
De vergelijking tussen 2024 en 2025 laat zien dat het lastig is om na twee meetjaren al structurele trends te herkennen. “Je ziet vooral dat eenmalige uitstoot door grote investeringen een grote invloed kan hebben op de voetafdruk. Het ene jaar worden grote projecten uitgevoerd en het andere jaar niet”, zegt D’hert.
Zo vonden in 2024 onder meer grote werkzaamheden plaats aan Gemini Noord en het Studenten Sport Centrum, terwijl in 2025 de onderhoudsoperatie aan het Helix-gebouw een flinke invloed had op de uitstoot. Ook investeringen in gespecialiseerde technische en laboratoriumapparatuur kunnen de cijfers aanzienlijk beïnvloeden.
Van meten naar volgen
De komende jaren wil de Sustainability Office de kwaliteit van de data verder verbeteren en de ontwikkelingen structureler gaan volgen. Vanaf 2026 gaat de TU/e vrijwillig rapporteren in lijn met de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), een Europese richtlijn voor duurzaamheidsrapportage.
Daarbij worden niet alleen emissies gemeten, maar ook beleid, maatregelen, doelstellingen en concrete resultaten, zodat de voortgang jaarlijks beter kan worden gevolgd. “Het doel is niet alleen om onze CO₂-footprint beter te begrijpen, maar om deze inzichten te gebruiken om daadwerkelijk tot reducties te komen”, aldus D’hert.


Discussie