“In Nederland begint een afspraak of evenement van tien uur ook echt om tien uur. Hier beginnen mijn colleges meestal tien minuten later, en niemand die daar moeilijk over doet. Eerlijk gezegd bevalt me dat wel. In Eindhoven had ik het altijd vrij druk, dus zo'n rustiger tempo is een fijne afwisseling voor een semester in het buitenland. Het weer helpt ook mee: in september was het bijna elke dag rond de dertig graden, en daar word je gewoon vrolijk van. En de kebab van twee euro is verrassend goed.”
Técnico versus TU/e
“De manier van lesgeven is relaxter, de groepen zijn kleiner en het tempo ligt lager. Sommige docenten hebben een flink Portugees accent als ze Engels praten, daar moet je even aan wennen. Als je geluk hebt komen de slides online, maar colleges worden niet opgenomen.”
“De campus voelt wat minder high-tech dan de TU/e, en de vakken zijn wat minder zwaar. Dat hoor ik van bijna elke Erasmusstudent, van allerlei universiteiten en studies. Ik heb dus een stuk meer vrije tijd. Tentamens werken hetzelfde, en bij één vak heb ik elke maandag een quiz. Dat helpt me juist om bij te blijven.”
“Ik ben hier via Erasmus+, het uitwisselingsprogramma van de EU. Via de TU/e heb ik me aangemeld en na mijn selectie kreeg ik ook een Erasmus+-beurs, een maandelijkse bijdrage voor mijn verblijf.”
“Ik volg Nanotechnology and Communication in Engineering. De nanotechdocent is erg aardig. We besteden veel tijd aan lithografie, wat natuurlijk heel relevant is met ASML om de hoek in Eindhoven. Hij komt zelf af en toe in Eindhoven voor ASML, dus hij vindt het leuk dat ik daar studeer.”
Niet te fietsen
“Fietsen kun je vergeten: Lissabon is gebouwd op zeven heuvels, en dat merk je bij elke straat die je in loopt. Ik woon in Alameda en loop elke dag zo'n twintig minuten naar de campus, lekker voor de beweging. Voor verdere stukken pak ik het ov, dat kost me 40 euro per maand voor onbeperkt reizen. Naast de colleges ga ik naar zoveel mogelijk activiteiten van Erasmus Student Network en spreek ik af met de vrienden die ik hier heb gemaakt. We hebben ook een paar tripjes gepland, onder andere naar Madeira, daar heb ik veel zin in.”
Het NIF-avontuur
“Studenten van 23 jaar of jonger reizen in Lissabon gratis met het ov. Om die pas aan te vragen heb je wel een NIF nodig, een Portugees fiscaal nummer. Het kantoor dat NIF's uitgeeft helpt maar een beperkt aantal mensen per dag. Wie te laat in de rij staat, kan de volgende dag terugkomen. Ik ben zelf 25, maar ik ging in de eerste week mee met een TU/e-vriend die jonger is. We stonden er om acht uur 's ochtends. Na drie uur wachten waren we eindelijk aan de beurt, maar toen kregen we alleen een afspraak voor een andere dag. Bij die afspraak kreeg mijn vriend zijn NIF, en daarmee kon hij zijn gratis ov-pas aanvragen.”
“Mijn twee Italiaanse huisgenoten kwamen een week later aan en probeerden hetzelfde. Zij stonden vijf uur in de rij, tot ze te horen kregen dat er voor die dag geen plek meer was. Daarom sliepen ze de nacht erna op de grond voor het kantoor, zodat ze 's ochtends vooraan stonden. Ze waren echt niet de enigen, en het werkte wel.”
Meer tips
- Zoek op tijd een kamer. Ik ging ervan uit dat de TU/e huisvesting voor me zou regelen, maar ik kwam er pas in juli achter dat dat niet zo was. Uiteindelijk vond ik mijn kamer via www.erasmuslifehousing.com.
- Meld je aan bij ESN (Erasmus Student Network). Iedere exchangestudent kan een ESN-kaart kopen, voor zo'n 20 euro. Met die kaart kun je meedoen aan de activiteiten van ESN Lisboa, zoals reisjes door Portugal, feestjes en culturele evenementen. Het is een makkelijke manier om andere exchangestudenten te ontmoeten, vooral in de eerste weken. Als je van plan bent om meerdere activiteiten of trips mee te doen, is het de 20 euro zeker waard.
- Neem minstens één surfles. Surfen is hier enorm populair. Tijdens de introweek organiseerde de universiteit een weekendpakket voor zo'n 40 euro, inclusief een surfles. Zo leer je in korte tijd veel andere exchangestudenten kennen. Eind augustus krijg je een mail waarin je het pakket kunt kopen.






Discussie