VSNU zet in op meer internationalisering

Er mogen nog veel meer studenten uit het buitenland hierheen komen, zeggen universiteiten en hogescholen vandaag. Maar dan willen ze meer geld krijgen en beter kunnen selecteren. Een voorgestelde oplossing is om Nederlands- en Engelstalige varianten aan te bieden van opleidingen, met een numerus fixus voor de Engelstalige versie. Zo kan de toegankelijkheid van de Nederlandse variant worden gegarandeerd.

Terwijl er steeds meer stemmen opgaan dat de ‘verengelsing’ van het hoger onderwijs doorslaat, houden universiteiten en hogescholen vandaag een pleidooi om nog veel verder te gaan met internationalisering van het onderwijs. Ze hebben hun notitie zojuist aan minister Van Engelshoven overhandigd. Denk aan de voordelen van internationalisering, zeggen de onderwijsinstellingen. De samenleving vergrijst en op de arbeidsmarkt ontstaan allerlei tekorten. Waarom zouden we geen buitenlandse studenten werven om in het gat te springen?

Andere culturen

Ook zou het onderwijs beter worden van internationalisering. Studenten leren immers omgaan met andere culturen, raken bekend met tradities uit andere landen en kunnen beter uit de voeten op de internationale arbeidsmarkt. Er zijn misschien ook wat problemen met internationalisering, maar die kan de politiek volgens deze notitie best oplossen. Kwestie van de wetten en regels een beetje aanpassen, zodat het hoger onderwijs meer vrijheid krijgt om te ‘sturen’.

Volgende maand stuurt minister Van Engelshoven een brief naar de Tweede Kamer waarin ze haar visie op internationalisering en Engelstalig onderwijs uiteen zet. Vandaar dat de lobby van de onderwijsinstellingen op volle toeren draait.

Onontkoombaar

Dat er steeds meer buitenlandse studenten komen, presenteren ze als een onontkoombaar feit waar je goed mee om moet gaan. Eén op de drie universitaire docenten is ook international, net als de helft van alle promovendi. Zolang universiteiten en hogescholen de juiste middelen in handen hebben om de kwaliteit te bewaken, komt het goed. Wat doe je bijvoorbeeld als er te veel buitenlandse studenten naar een opleiding komen, of als het aantal Nederlanders te klein dreigt te worden? Dan moet je kunnen ingrijpen, is de gedachte. Geef universiteiten en hogescholen de mogelijkheid om op nationaliteit te selecteren, zodat de ‘international classroom’ divers genoeg blijft.

Ook willen opleidingen een Nederlandstalige én een Engelstalige variant kunnen aanbieden: Nederlanders hebben dan altijd toegang (via de Nederlandstalige track) en voor de Engelstalige variant kun je een studentenstop hanteren. Zo blijft het hoger onderwijs ook in de toekomst voor Nederlandse studenten toegankelijk, zelfs bij een vloedgolf van buitenlandse studenten.

Branding

Hoger collegegeld voor studenten van buiten Europa, bijscholing van docenten, voldoende studentenhuisvesting, meer Nederlandse studenten die naar het buitenland gaan… het komt allemaal voorbij. Ook willen de onderwijsinstellingen aan een betere branding in het buitenland werken. In de ‘slotoverweging’ vatten de schrijvers van de notitie nog even samen hoe Nederland ervoor staat: er komen tussen 2024 en 2030 minder Nederlandse studenten, terwijl de ‘grijze druk’ toeneemt: over vijftien jaar is één op de drie Nederlanders met pensioen.Dus zou je ook voluit kunnen inzetten op het werven van buitenlandse studenten. Als de overheid betaalt voor extra docenten, dan kunnen er nog veertigduizend studenten extra hierheen komen. Uiteindelijk zal dat de samenleving alleen maar ten goede komen, is de gedachte.

Deel dit artikel via je socials