Atlas weer open - maar waar laten we de auto?

Met de ingebruikname van Atlas vandaag neemt het aantal medewerkers en daarmee ook de parkeerdruk aan de westkant van de campus weer toe. In het gebouw komen in de loop van de komende maanden opgeteld zo’n duizend mensen te werken. “Als je voor de deur wilt parkeren, zul je vroeg moeten komen.”

Het vroegere Hoofdgebouw van de TU/e, dat vier jaar terug dichtging om te worden gerenoveerd tot Atlas, zag zich jarenlang vooral omringd door bestrating en parkeergelegenheid. Intussen werd het hart van de campus heringericht tot een langgerekte groene en autovrije zone, waaraan diverse grote gebouwen met veel gebruikers liggen. 

Parkeren voor de deur is daarmee al een tijdje geen vanzelfsprekendheid meer, erkent Peter Bloemers, afdelingshoofd Safety & Security en Locatiemanagement aan de TU/e. Op dit moment telt de campus zo’n achttienhonderd parkeerplaatsen op maaiveldniveau - en dat is volgens hem ook genóeg. Al is het op drukke dagen soms wel even speuren naar een vrije plek, weet hij ook. “En dat zal de komende jaren zeker niet minder worden.”

Nuchter

Over de acute extra parkeerdruk aan de westkant van het terrein is hij echter nuchter. “Iedereen kan op de campus parkeren. Mensen moeten alleen niet verwachten dat dat altijd recht voor de deur zal zijn - dat is bij Flux ook al niet zo. Wil je dat wel, dan zul je vroeg moeten komen. En anders moeten mensen misschien een paar minuten lopen.”

Vooral de parkeerplaatsen bij het Auditorium en bij Impuls (het lage gebouw tegenover de Spar-supermarkt in Luna) zullen in trek zijn, verwacht hij. Deze bieden plaats aan respectievelijk 180 en 130 voertuigen (het terrein bij Impuls werd de afgelopen jaren grotendeels bezet door de werklieden in Atlas, maar is met de oplevering van het gebouw weer vrijgekomen). Meest voor de hand liggende uitwijkmogelijkheden zijn de parkeerplaatsen achter Vertigo (100 plaatsen), bij het Laplacegebouw (150) en rond Traverse (140). 

Lees verder onder de foto.

Van de pakweg duizend medewerkers die in Atlas komen te werken, komt naar schatting 25 tot 30 procent met de auto - maar van deze TU/e’ers is op piekmomenten sowieso maximaal zeventig procent gelijktijdig in Atlas aan het werk, schetst Bert Verheijen van Dienst Huisvesting, tevens lid  van de TU/e-werkgroep parkeren. 

Ander vervoer stimuleren

Niettemin moet ook hij erkennen dat de overall parkeerdruk toeneemt - zeker als Fontys over een paar maanden met volgens hem een paar honderd medewerkers zijn intrek neemt in het vroegere TNO-gebouw. Al heeft elk nadeel volgens hem z’n voordeel - of biedt het in elk geval een káns: “Uiteindelijk willen we als universiteit natuurlijk ook stimuleren dat medewerkers, voor het milieu en hun eigen gezondheid, voor een ander vervoermiddel dan de auto kiezen. Als iemand vanaf nu misschien vijf minuten langer moet lopen van zijn parkeerplek naar Atlas, kan dat nét het zetje zijn om bijvoorbeeld toch de fiets of OV te nemen, omdat ze daarmee net zo snel zijn. Dat juichen we uiteraard toe.”

Wat los van de ‘eigen’ parkeerbehoefte ook meespeelt, is dat de TU/e volgens Verheijen een gastvrije universiteit wil zijn voor bezoekers. Mogelijk geen populaire boodschap, beseft hij, “maar ik zou me kunnen voorstellen dat we de parkeervoorzieningen bij het Auditorium in de toekomst nadrukkelijker willen inzetten voor gasten die bijvoorbeeld een promotieplechtigheid of andere activiteit bezoeken. Je wil de familieleden van een student die in het Auditorium gaat afstuderen, ook niet helemaal achteraan op het terrein laten parkeren. Dat is een aspect dat we ook nog willen bekijken.”

Parkeergarage

Dat alles neemt niet weg dat de komende jaren wel degelijk wordt ingezet op verlichting van de parkeerdruk - in eerste instantie vooral met de bouw van een parkeergarage naast Vertigo. De universiteitsraad ging medio december akkoord met het uitbesteden van haar parkeervoorzieningen aan een externe partij, die op het terrein parkeergarages zou moeten gaan bouwen en waarvan de TU/e parkeerplaatsen afneemt. 

Op heel korte termijn levert dat overigens nog geen lucht op; de beoogde parkeergarage zou op zijn allervroegst eind 2020 operationeel kunnen zijn, denkt Verheijen: “Maar dan moet echt álles meezitten”. Hij hoopt dat de aanbestedingsprocedure komende zomer van start kan gaan. “Als we vervolgens aan het einde van het jaar een organisatie hebben die het parkeren van de universiteit gaat overnemen, mogen we al niet mopperen.”

Deel dit artikel via je socials