100 TU/e'rs gaan in beraad over gevoelige samenwerkingen

Met enige vertraging presenteert de TU/e vandaag haar nieuwe werkwijze om gevoelige samenwerkingen te beoordelen. Naast een Commissie voor Verantwoorde Samenwerkingen gaat de universiteit een Moreel Beraad instellen: een groep van honderd medewerkers en studenten die ethische dilemma’s zullen afwegen.

door
foto Sommart / iStock

Het nieuwe proces is ontwikkeld door een werkgroep onder leiding van emeritus-hoogleraar Niek Lopes Cardozo van de TU/e. Alle samenwerkingen worden voortaan getoetst; alleen de meest gevoelige gevallen worden afzonderlijk beoordeeld door de Commissie voor Verantwoorde Samenwerkingen. De commissie maakt een analyse van risico’s, morele dilemma’s en belangen van de universiteit. 

Gevoelige samenwerkingen worden daarnaast besproken in een moreel beraad, een vaste gespreksmethode om tot een gezamenlijke afweging te komen. Het Moreel Beraad zal per casus bestaan uit tien tot vijftien medewerkers en studenten. Daarvoor moet een pool van honderd mensen worden klaargestoomd. Een pilot voor het Moreel Beraad gaat van start met een kleinere groep. 

Het College van Bestuur neemt op basis van de analyse van de commissie en de uitkomst van het morele beraad de uiteindelijke beslissing. 

‘Het is belangrijk dat we onze samenwerkingen beter tegen het licht gaan houden, maar tegelijk is het belangrijk om voor ogen te houden dat samenwerkingen van vitaal belang zijn voor de universiteit’, aldus Koen Janssen, voorzitter van het CvB, in het bericht op de website van de universiteit. “We hebben alle lof voor de zeer zorgvuldige aanpak van Niek en zijn team. De uitkomst vormt een uitstekende basis voor het werk van de Commissie, zonder de organisatie te overbelasten.”

Aanhoudende kritiek 

Aanleiding voor deze nieuwe methode is de aanhoudende kritiek op gevoelige samenwerkingen, vanuit de samenleving, maar ook binnen de universiteit, en de behoefte aan duidelijke ethische richtlijnen vanuit de gemeenschap. 

De TU/e ligt de afgelopen jaren geregeld onder vuur vanwege samenwerkingen die botsen met maatschappelijke en ethische waarden, variërend van onderzoeksprojecten met Israëlische partners en defensiegerelateerde technologie tot banden met bedrijven die bijdragen aan de klimaatcrisis.

Voorzitter gezocht

Lopes Cardozo kreeg in augustus vorig jaar zes maanden de tijd om een werkwijze te ontwikkelen voor het beoordelen van gevoelige samenwerkingen. Het advies dat hij opstelde werd begin december ingediend en is sindsdien in diverse gremia besproken. In zijn voorstel kiest hij voor een brede aanpak, waarbij niet alleen gevoelige maar alle samenwerkingen worden getoetst.

De Commissie voor Verantwoorde Samenwerkingen moet nog worden samengesteld. Wanneer de commissie van start gaat, is onbekend. ‘Het doel is nu om de commissievoorzitter voor het einde van het collegejaar aan te trekken en de overige commissieleden zo snel mogelijk daarna’, schrijft de universiteit. ‘Al met al is het de bedoeling dat het hele systeem voor het einde van dit jaar operationeel is.’

Er is al wel een secretaris aangesteld: onderzoeker en beleidsadviseur Andrea Kis. Zij houdt zich nu bezig met de implementatie van het plan. Zo zal er binnenkort gestart worden met de zoektocht naar leden voor het Moreel Beraad. Kis: “Het moet een representatieve afspiegeling zijn van onze gemeenschap, zowel qua demografische samenstelling als qua functie binnen de universiteit. Het kunnen studenten, wetenschappers of ondersteunende medewerkers zijn. Uiteindelijk willen we dat onze gemeenschap breed vertegenwoordigd is in het moreel beraad.”

Geen vaste ethische meetlat 

Met dit proces kiest de universiteit er bewust voor om geen vaste ethische meetlat te hanteren, waarmee alle gevoelige samenwerkingen worden getoetst. In plaats daarvan wordt elke casus afzonderlijk beoordeeld en vastgelegd in een dossier. Zo ontstaan de ethische kaders stap voor stap, op basis van eerdere besluiten, waardoor ze ook kunnen meebewegen met de tijdsgeest.

De TU/e hanteert verschillende criteria om een samenwerking als gevoelig aan te merken. Dat is onder meer het geval wanneer er nationale of internationale restricties gelden ten aanzien van een land, bijvoorbeeld op het gebied van kennisveiligheid. Ook samenwerkingen die in verband kunnen worden gebracht met systematische en grove mensenrechtenschendingen vallen hieronder, net als projecten die strijdig zijn met de kernwaarden van de TU/e.

Samenwerkingen met Defensie worden automatisch als gevoelig bestempeld. Tegelijk wordt voor deze projecten een afwijkende werkwijze uitgewerkt, omdat het om een ‘te grove stroom van veelal kleine projecten betreft’, aldus het rapport. Die uitwerking is nog in ontwikkeling.

‘Stress test’

Zowel binnen als buiten de universiteitsgemeenschap klinken kritische geluiden over de samenwerkingen van de TU/e met Israëlische partijen. Het nieuwe beoordelingsproces is niet specifiek voor deze samenwerkingen ontworpen, schrijft Lopes Cardozo in zijn rapport met aanbevelingen. Wel zijn deze samenwerkingen gebruikt als ‘stress test’ voor de nieuwe werkwijze. Zodra de commissie en het Moreel Beraad operationeel zijn, zullen samenwerkingen met Israëlische partijen volgens deze procedure worden beoordeeld.

De protesten van pro-Palestina-activisten van de afgelopen jaren, waaronder de recente bezetting van het dak van het Nanolab, richten zich met name op Horizon-projecten. Dat zijn door de Europese Commissie gesubsidieerde onderzoeksprogramma’s. In een beleidsstuk van juni vorig jaar vielen deze samenwerkingen nog buiten de taakopvatting van de commissie. In het nieuwe plan worden ook deze projecten via hetzelfde proces beoordeeld als alle andere samenwerkingen. 

Niet complex

Bij de beoordeling van een gevoelige samenwerking worden de morele bezwaren afgewogen tegen de belangen van de universiteit. Zo staan er financiële sancties op het stoppen met bepaalde samenwerkingen, zoals Horizon-projecten. Stoppen kan ook negatieve gevolgen hebben voor onderwijs- en onderzoeksmogelijkheden op de universiteit. Ook de positieve effecten van een samenwerking, zoals kennisoverdracht, worden meegewogen. 

“Ook de belangen van de universiteit hebben een eigen morele waarde”, zegt Lopes Cardozo. “Een kwestie kan moreel gezien goed of fout zijn, maar je moet dat wel afwegen tegen de belangen van de universiteit.” Lopes Cardozo vat het samen in één zin: “Morele dilemma’s zijn meestal niet complex, maar ongemakkelijk.”

Het kan dus gebeuren dat een gevoelige samenwerking toch doorgaat, ondanks morele bezwaren. In dat geval moeten er maatregelen worden genomen om de risico’s te beperken.

Tot die tijd

Tot het Moreel Beraad en de Commissie voor Verantwoorde Samenwerkingen zijn ingesteld, komen alle projectvoorstellen bij het faculteitsbestuur terecht. Besluiten over contractonderzoek (zogenoemde agreement-based collaborations) met een hoog risico wordt gepauzeerd tot het nieuwe proces van start gaat. Alle defensie-gerelateerde samenwerkingen blijven getoetst worden door de al bestaande ad-hoccommissie.  

Deel dit artikel