Neurodiversiteit TU/e: "Aandacht voor, maar het kan beter"

Ter gelegenheid van Neurodiversity Pride Day is er vandaag op de campus extra aandacht voor studenten die op wat voor manier dan ook ‘anders bedraad’ zijn. Het hijsen van de vlag is daarvoor een symbolisch moment, maar door het jaar heen zorgt de universiteit vooral voor praktische ondersteuning.

Wanneer ziet de TU/e een student als neurodivergent? Daar heeft de universiteit eigenlijk geen specifieke definitie voor, vertelt Anneke Sikkema. Als beleidsmedewerker van Education and Student Affairs (ESA) werkt zij aan extra ondersteuning voor studenten die dat nodig hebben. “Wij hebben het over alle studenten met een ondersteuningsbehoefte en dat kunnen óók neurodivergente studenten zijn.”

Daar vallen onder anderen studenten met ADHD, autisme en hoogbegaafdheid onder, “maar formeel gezien ook met dyslexie en dyscalculie. Eigenlijk gaat het om iedereen die als het ware ‘anders bedraad’ is, waardoor deze studenten informatie op een andere manier verwerken.” 

Verbeteren

De TU/e ondertekende in 2020 het VN-verdrag Handicap en gaf daarmee aan een inclusieve onderwijsinstelling te willen zijn. In hetzelfde jaar stelde de universiteit nieuw beleid op voor studeren met extra ondersteuning, waar een implementatieplan van vijf jaar aan verbonden was. Volgens Sikkema zijn veel onderdelen van het plan gerealiseerd, zo is er een peer support platform op Teams gekomen, is de communicatie verbeterd, waardoor studenten beter weten waar ze terecht kunnen en heeft MetaForum nu een prikkelarme tentamenruimte. 

Het verbeterplan is vorig jaar officieel afgerond, maar de inspanningen om de ondersteuning te verbeteren zijn daarmee niet gestopt. “We besloten de werkgroep in stand te houden”, aldus Sikkema, “want er blijft altijd verbetering mogelijk.” 

Niet iedereen komt bij de TU/e direct in aanmerking voor extra ondersteuning; studenten hebben een bewijs nodig, zoals een officiële diagnose. “Helaas”, zegt Sikkema, want dit kan soms lastig zijn. Het verkrijgen van een diagnose kan maanden of zelfs jaren duren. 

“Daarnaast zien we dat sommige studenten ondersteuning nodig hebben, ook als er (nog) geen formele diagnose is.” Het is niet duidelijk of op korte termijn verandering zal komen in deze eis. 

Tentamenruimte

Voor studenten die in aanmerking komen, zijn er vooral bij de tentamens extra mogelijkheden. Zo kunnen ze extra tijd krijgen en bijvoorbeeld gebruikmaken van voorleessoftware of een zit/sta-bureau, of in een prikkelarme omgeving hun tentamen maken. Op dit moment zijn er ruim 130 studenten die gebruik mogen maken van deze aparte tentamenruimte.  

Ook in het onderwijs groeit de aandacht voor neurodivergente studenten, al is het volgens Sikkema niet gemakkelijk om daarin grote veranderingen door te voeren. “Het onderwijs is heel divers en elke docent heeft een eigen stijl van onderwijs verzorgen. Ook onder studenten is veel diversiteit, wat het lastig maakt om het onderwijs zo vorm te geven dat het bij iedereen aansluit.”

Zo inclusief mogelijk

“Ik snap dat het voor docenten best lastig is om tegemoet te komen aan de individuele behoeften van studenten en dat zeker niet alles mogelijk is. Wel verwacht ik dat er in de komende jaren steeds meer bekeken wordt hoe we het onderwijs zo inclusief mogelijk kunnen vormgeven.” 

En dat gebeurt nu ook al. Er zijn initiatieven binnen de TU/e om de ondersteuning binnen het onderwijs te verbeteren, zodat het beter aansluit bij neurodivergente studenten. In het TEACH-programma van HR en ook de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) is aandacht voor neurodivergentie. 

Studenten hebben daarnaast zelf stichting Donatues opgericht, om meer bekendheid te geven aan hoogbegaafdheid en neurodivergentie, en een centrale plek te bieden aan studenten die steun kunnen gebruiken op dit gebied. Vorig jaar organiseerden zij voor het eerst een viering van Neurodiversity Pride Day. Ook dit jaar stonden er diverse activiteiten op het programma, waaronder het hijsen van een speciale vlag (zie foto hierboven).

Ervaringsdeskundigen

Ook bij initiatieven vanuit de universiteit zelf wil Sikkema graag de studenten om wie het gaat betrekken. Daarvoor zette ze een studentenadviescommissie op van ervaringsdeskundigen, die elk kwartiel bij elkaar komt om mee te denken over wat beter kan. “Studenten die hier een actieve rol in willen vervullen, kunnen contact met mij opnemen.”

Onder andere met input van deze groep zijn de afgelopen jaren allerlei nieuwe faciliteiten ontstaan, zoals de aanschaf van powernap-pods en het opzetten van peer support platform Lighthouse. 

Redelijk en billijk

Maar hoe ver moet je als universiteit gaan in het bieden van extra ondersteuning? Het is een grijs gebied en een zoektocht, vertelt Sikkema. “Wettelijk gezien moeten we goed onderwijs bieden en steun bieden aan studenten met een handicap of chronische ziekte, maar dat moet wel redelijk en billijk zijn.” Ze trekt een gezicht bij die laatste woorden, want wie bepaalt wat redelijk en billijk is? 

Er is geen instellingsbreed document over wat nou precies de zorgplicht is van de universiteit. Volgens Sikkema wil de TU/e daar wel graag meer duidelijkheid over geven. Ook op landelijk niveau is hier volgens haar ook aandacht voor.

Gelijkheid 

“De wens is om uiteindelijk naar een meer inclusieve vorm van onderwijs en toetsing te bewegen”, aldus Sikkema. Daarmee zou de vraag naar individuele faciliteiten afnemen en de gelijkheid voor studenten toenemen, schrijft ze ook in het eindrapport van het verbeterplan (zie kader).

Op de vraag of aan de TU/e voldoende gedaan wordt voor neurodivergente studenten, antwoordt Sikkema: “Er is aandacht voor, maar het kan altijd beter.” 

Deel dit artikel