GroenLinks-PvdA leidt in Eindhoven en andere studentensteden

GroenLinks-PvdA is in Eindhoven nog altijd de grootste partij na de verkiezingen voor de gemeenteraad. Hetzelfde geldt in de meeste andere studentensteden.

door
foto Wesley Klop

De voorlopige uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is voor alle gemeenten bekend. Eindhoven ziet een opmars van CDA en D66, maar GroenLinks-PvdA (13) staat toch nog steeds veruit bovenaan en levert maar één zetel in. De lokale partijen krijgen hier nog geen voet aan de grond.

Opvallend is dat Forum voor Democratie (FvD) in veel gemeenten zetels heeft behaald. In Eindhoven zijn het er zelfs vier. Ook in andere studentensteden krijgt de partij een voet tussen de deur, zij het vaak met maar één of twee zetels. Enschede is met drie zetels de andere uitschieter.

Maar GroenLinks-PvdA is vaak de grootste. Voorheen waren dit twee partijen, maar in de meeste gemeenten zijn ze – net als in de Tweede Kamer – samengegaan. Amsterdam, Nijmegen en Maastricht zijn enkele uitzonderingen.

Opkomst in Eindhoven

Het opkomstpercentage in Eindhoven is volgens de meest recente update 44,4 procent. Daarmee blijft de lichtstad ver onder het landelijk gemiddelde, dat volgens de laatste prognose 53,7 procent bedraagt. Wel is de opkomst hoger dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2022. Toen ging 41,8 procent van de kiesgerechtigden in de gemeente Eindhoven naar de stembus. / WK

In Delft, Groningen, Leiden, Maastricht en Utrecht behouden studentenpartijen een plek in de raad. De grootste (STIP) zit in Delft en heeft zes zetels. Eindhoven heeft geen lokale partij die speciaal de belangen van de studenten in de stad behartigt. 

Andere studentensteden

In de hoofdstad Amsterdam wint GroenLinks twee zetels. De PvdA daarentegen levert er twee in. Ze hebben er respectievelijk tien en zeven. Daarmee zijn de linkse partijen samen nog altijd veruit de grootste. D66 (8) en VVD (6) winnen allebei een zetel.  

In het linkse bolwerk Nijmegen heeft GroenLinks twee zetels gewonnen. De partij heeft er elf zetels. De PvdA is ook daar nog een losse partij met vier zetels. Samen hebben ze meer dan twee keer zoveel zetels als D66, die van zes naar zeven gaat. De Stadspartij Nijmegen levert juist een zetel in en zakt naar zes.

Ook in Maastricht zijn GroenLinks en PvdA nog twee aparte kampen, met respectievelijk vier en drie zetels: samen zijn het er dus zeven. Maar de winnaars zijn daar D66 en CDA, die beide van vier naar zes zetels springen.

GroenLinks-PvdA blijft met tien zetels veruit de grootste in Wageningen. Dat zijn er wel twee minder dan de vorige verkiezingen. Opmerkelijk: de Partij voor de Dieren komt daar met twee zetels in de raad. Die partij kijkt altijd met argusogen naar de dierproeven aan de universiteit.

In Enschede komt GroenLinks-PvdA deze keer op gelijke hoogte met de lokale partij Burgerbelangen Enschede, die twee zetels inlevert. Ze hebben nu beide acht zetels. Opvallend is ook FvD met drie zetels.

Studentenpartij STIP staat niet langer op de gedeelde eerste plaats in Delft. Zij behaalde net als de vorige keer zes zetels, maar is voorbijgestreefd door D66 (van 6 naar 7 zetels). GroenLinks had er ook zes, maar is samengegaan met PvdA en komt nu op negen zetels.

In Leiden moest GroenLinks-PvdA twee zetels inleveren, maar met twaalf zetels blijft het de grootste partij. Met ieder zes zetels volgen de partijen D66 en de lokale Partij Sleutelstad. Die laatste maakte een groei mee van drie zetels. Studenten voor Leiden heeft, net als de vorige keer, twee zetels.

Ook in het hoge noorden, in studentenstad Groningen, moest GroenLinks-PvdA twee zetels inleveren, maar ook hier blijft het met dertien zetels de grootste partij. D66 wist er dit jaar zes binnen te slepen, en Partij voor de Dieren en de VVD ieder vier. Student en Stad heeft er drie, net als in 2022.

In Tilburg moest GroenLinks-PvdA concurreren met de lokale partij Lijst Smolders Tilburg. Beide partijen behaalden acht zetels. Ze werden op de voet gevolgd door de VVD met zeven zetels en D66 met zes.

GroenLinks-PvdA blijft met veertien zetels ook in Utrecht de grootste partij. Daarna volgen D66 met negen zetels en de VVD met vijf. De lokale partij Student & Starter moest één zetel inleveren en houdt er één over.

Rotterdam is (samen met Den Haag) een uitzondering op de regel dat lokale partijen in grote steden geen voet aan de grond krijgen. GroenLinks-PvdA en Leefbaar Rotterdam hebben een lichte winst geboekt en komen allebei uit op elf zetels. Daarna volgen D66 en de VVD met ieder vijf zetels.

In Den Haag kwam de lokale partij Hart voor Den Haag/De Mos met zestien zetels als grote winnaar uit de bus. Dat zijn er zeven méér dan in 2022. Op ruime afstand volgen D66 met acht zetels en GroenLinks-PvdA met zeven.

In Breda leveren VVD en GroenLinks-PvdA een zetel in, maar ze blijven wel de nummer één en twee. Het CDA en Breda Beslist maken er een opmars.

Deel dit artikel