
TU/e’ers willen lokale politiek pragmatischer maken
“Op gemeenteniveau hoef je niet zo te polderen als nationaal. Maar je moet wel beslissingen kunnen nemen”
Ralph van Ierland en Joeri van Limpt, respectievelijk medewerker en student bij de TU/e, staan op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Op 18 maart weten ze of hun idealen waar mogen gaan maken. Een daarvan is: meer bèta’s in de politiek. “Alfa’s hebben een veel grotere interesse in politiek dan bèta’s, maar we hebben allebei nodig.”
De (nationale) politiek lijkt vooral het territorium van theoretisch opgeleide alfa’s, al ontbreken officiële cijfers. Er is geen reden aan te nemen dat dit binnen de lokale politiek veel anders is. De oproep van Bèta in Bestuur en Beleid om die verhouding beter uit te balanceren, klinkt in Nederland al langer.
TU/e-beleidsmedewerker ESA en oud-student Ralph van Ierland en student Joeri van Limpt willen daar met hun kandidaatstelling alvast aan bijdragen. Van Ierland staat op plek vier voor D66 in Eindhoven, en Van Limpt op plek twee van de Vrije Hapertse Partij in Bladel.
Van Limpt is masterstudent bij Chemical Engineering and Chemistry. De 24-jarige was al vroeg politiek geïnteresseerd en heeft nu vier jaar ervaring als commissielid bij de Vrije Hapertse Partij in de gemeente Bladel. Zelf komt hij uit een gehucht: Dalem, onderdeel van het grotere dorp Hapert, onder de zuidelijke rook van Eindhoven.
Van Limpt maakt een goede kans om ook echt in de raad te komen: hij staat op plek twee en zijn partij heeft momenteel vier zetels. Dat zijn partij geen landelijke achterban heeft, vindt hij een voordeel. “Daardoor zijn we ook niet gebonden aan wat er in Den Haag gebeurt bij een zusterpartij, noch aan een linkse of rechtse signatuur.”
Lokale behoeften
De focus op lokale behoeften zorgt ervoor dat Van Limpt bijvoorbeeld aandacht heeft voor het nieuwe marktplein dat in Hapert moet komen. “Maar ook voor de financiële gezondheid van de gemeente, want het ravijnjaar komt eraan.” Dat is een term voor de verwachte financiële crisis bij Nederlandse gemeenten, wanneer zij vanaf 2026 structureel enkele miljarden minder ontvangen uit het gemeentefonds.
“Daardoor moeten we onze prioriteiten bijstellen, maar ik vind niet dat dat ten koste mag gaan van het nieuwe marktplein.” Daarnaast ziet Van Limpt dat er ook grotere thema’s spelen in zijn gemeente, zoals de nood aan woningbouw.
Ook voor oud-wiskundestudent Ralph van Ierland (D66) is woningbouw een belangrijk thema. Als voormalig lid van de Universiteitsraad wil hij zich hard maken voor onder anderen de studenten, die in Eindhoven zeer moeilijk betaalbare woonruimte vinden.
“Op dit moment ben ik als burgerlid actief bij Provinciale Staten van Noord-Brabant, waar ik al heb kunnen proeven van de politiek. Daar werd de omvang van het woningprobleem me al snel duidelijk, evenals de grote opgave rond de groei van Brainport.”
Daarnaast heeft Van Ierland ook hart voor het welzijn van studenten. Dat thema kwam op zijn radar toen hij in coronatijd in de Universiteitsraad zat. Inmiddels werkt hij vanuit ESA als beleidsmedewerker ook op het onderwerp studentenwelzijn.
Van Ierland wil graag studenten en onderwijs wat extra aandacht geven in de politiek, al ziet hij ook dat veel problemen overlappen.
“De woningtekorten raken natuurlijk niet alleen studenten, maar met bepaalde regels zetten we wel veel dingen vast. Bijvoorbeeld als het gaat om nieuwe studentenhuizen, die niet binnen dertig meter van een ander studentenhuis mogen staan.” Die regel ziet hij graag versoepeld om de woningnood aan te pakken.
“Daarnaast kunnen niet-traditionele woonoplossingen helpen, bij zowel studenten als andere inwoners van Eindhoven.” Hij doelt bijvoorbeeld op een woning delen met meerdere vrienden, iets dat nu vaak moeilijk is vast te leggen in huur- of koopcontracten.
Groeipijn
Ook mobiliteit is een belangrijk thema in Eindhoven. “Op dit moment zijn nog veel delen van de stad vooral ingericht op de auto. Hierdoor is minder ruimte voor voetgangers en fietsers en is het voor hen ook op veel plekken onveilig. We moeten iets meer van autostad naar fietsstad.”
Een standpunt dat niet bij iedereen populair is, weet ook de D66-kandidaat. “Ik snap dat iemand die bijvoorbeeld in de thuiszorg werkt die auto nodig heeft, maar we moeten niet willen dat voor elk huis waar twee mensen wonen per se twee auto’s moeten staan.”
Hij denkt dat de noodzaak voor autobezit vanzelf minder wordt als de stad meer inzet op het ov en de fiets. “Maar daarvoor moeten we wel die omslag durven te maken.” De D66’er knoopt hier ook het woningtekort aan vast. “Als we zoveel moeten bijbouwen, ontbreekt ook gewoon de ruimte om bij alle huizen één tot twee parkeerplekken te realiseren – zeker bij hoogbouw.”
Van Ierland ziet deze frictie als groeipijn die hoort bij een stad die zo in ontwikkeling is. “Eindhoven zit in de puberteit, maar we bewegen naar een volwassen stabiele stad, een plek waar iedereen zich thuis voelt.”
Stemmen op een TU/e’er
Behalve op Van Ierland (D66), kunnen Eindhovenaren ook stemmen op een TU/e-student: Eise Veringa, die op de lijst staat van NSC en studeert bij Industrial Engineering & Innovation Sciences.
Andere kandidaten op de Eindhovense lijst hebben wel in het verleden aan de TU/e gestudeerd of gewerkt, maar doen dat op dit moment niet meer.
Werkwijze
Aan de hand van de kandidatenlijsten 2026, geraadpleegd op de websites van de partijen, is gezocht naar matches met leden van de TU/e-community. Vervolgens is op de partijwebsite én met vrij toegankelijke informatie via social media gekeken of er matches te maken waren met huidige TU/e-studenten of medewerkers.
Cursor is zo zorgvuldig mogelijk te werk gegaan, maar staat niet in voor de volledigheid van dit overzicht. Eventuele aanvullingen verneemt de redactie graag via cursor@tue.nl.
Bèta-politici
Terug naar de kwestie over de bèta’s in de politiek. Wat betreft Joeri van Limpt zijn er zeker meer mensen met een bèta-achtergrond in de politiek nodig. “Veel problemen die we nu zien, zowel lokaal als nationaal, zijn technische problemen. Dus oplosbaar met onze kennis.” Hij noemt het stikstofprobleem dat huizenbouw vertraagt en bijvoorbeeld de netcongestie.
“Je moet technisch én pragmatisch kunnen denken, iets wat niet alle alfapolitici goed kunnen. En begrijp me niet verkeerd: we hebben allebei nodig, maar de belangstelling voor politiek is bij alfa’s veel groter.” Als hem gevraagd wordt hoe dat komt, moet hij even nadenken.
“Misschien omdat mensen met een bèta-achtergrond meer conflictvermijdend zijn en minder graag met veel mensen in discussie gaan? Ze zijn eerder oplossingsgericht, dan dat ze willen polderen, in van die lange overleggen.”
Met Van Limpts diplomatieke formuleringen zit het in ieder geval al goed. Hij lacht. “Op gemeenteniveau hoef je niet zo te polderen als nationaal. Maar je moet wel data gebruiken en beslissingen kunnen nemen.”
Invloed
Ook Van Ierland ziet dat lokale politiek niet bij iedereen evenveel leeft. “Ik denk dat heel veel mensen niet in de gaten hebben wat hoort bij gemeentelijke politiek, en wat bij provinciale of landelijke politiek. Daardoor weten zij ook niet precies waar hun invloed ligt.”
Hij grijpt terug naar het woningtekort. “Een nieuwe wijk bouwen duurt jaren. Politieke resultaten zijn daardoor niet altijd direct tastbaar. Maar je keuzes nú hebben impact op de toekomst.”
Van Ierland hoopt dat iedereen gaat stemmen, ongeacht op welke partij. “De verkiezingen zijn een mooie aanleiding om je te verdiepen in al het belangrijks wat de gemeente voor jou betekent. En internationals: vaak mogen jullie ook stemmen voor deze verkiezingen. Maak gebruik van dat recht.”
Wie mogen stemmen op 18 maart?
Ben je achttien jaar of ouder, heb je een verblijfsvergunning en sta je minstens vijf jaar ingeschreven in je woonplaats, dan mag je stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente waar je woont. Dat recht geldt ook voor elke volwassen EU-burger die op 3 februari 2026 in een Nederlandse gemeente ingeschreven staat.
Stemmen mag alleen in je eigen gemeente. Je krijgt per post een stempas thuisgestuurd, die je samen met je identiteitsbewijs mee moet nemen naar het stembureau.
Beloning
Je ziel en zaligheid inzetten voor de politiek levert overigens ook best wat op, al scheelt het per gemeente hoeveel precies. “Als commissielid krijg je bij ons per vergadering betaald, maar als raadslid krijg je een vast bedrag per maand, rond de 1300 euro in 2026”, weet Van Limpt.
De hoogte van de beloning is afhankelijk van het inwonersaantal van de gemeente. Dat aantal inwoners bepaalt overigens ook uit hoeveel zetels een gemeenteraad bestaat.
Toch staat tegenover dat geld ook aardig wat tijd, weet Van Ierland. “In de kleinere gemeenten is een raadslid al gauw 16 tot 20 uur per week kwijt, in de grote steden kan dat makkelijk boven de 25 uur uitkomen. Als je dat terugrekent, verdien je met een reguliere baan vaak meer.”
Politiek en studie
Politiek met een studie combineren – dat is lastig, erkent Van Limpt. “Je moet vooral die politieke stukken leren lezen. Dat kost tijd. En het is ook prioriteiten stellen. Iemand die voetbalt, is daar ook al snel twee avonden en een weekenddag mee bezig. Ik kies hiervoor. En ik heb het geluk dat mijn gemeente kleiner is dan Eindhoven, waardoor we het redden om enkel na werktijd te vergaderen.”
Als Van Limpt gekozen wordt, is hij van plan de universiteit met de politiek te blijven combineren. “Ik ben nog niet klaar met leren en het onderwijs trekt me.”
Daarom is hij in gesprek met zijn afstudeerbegeleider om na zijn master een promotie te gaan doen. “Onderdeel van een promotietraject is onderwijs geven en studenten begeleiden. Dat lijkt me erg leuk.”
Vertrouwen herstellen
Van Ierland denkt dat de ruzies tussen landelijke politici die regelmatig in het nieuws zijn, niet helpen bij het vertrouwen van de burger in de politiek.
“Als ik terugdenk aan de Universiteitsraad, dan was daar meer een ‘we doen het samen’-gevoel. Om het vertrouwen van inwoners in de politiek te herstellen, mag minder op de persoon worden gespeeld. In de provincie is dat overigens al minder dan nationaal.”
Van Ierland trekt een cliché uit de kast dat natuurlijk wel een grote kern van waarheid heeft: “We moeten gezamenlijk de schouders eronder zetten. De groei en behoeftes in deze regio kunnen we niet ontkennen. En het eerlijke verhaal is dat alles ook niet morgen geregeld is, maar we moeten wél vandaag beginnen.”


Discussie