De TU/e laat tijdens de Dutch Design Week (DDW) eigen werk zien in universiteitsgebouwen Atlas en Vertigo, en ook op het Ketelhuisplein op Strijp-S. De faculteit Industrial Design (ID) exposeert op de tweede, vierde en achtste verdieping van Atlas. Die expositie staat in het teken van het jubileum van de faculteit. Met meer dan tachtig projecten, laat ID zien hoe het zich heeft ontwikkeld de afgelopen 25 jaar.
De tentoonstelling heeft aandacht voor vaste thema’s als gezondheidstechnologie en duurzaamheid, maar gaat onder de noemer designingdesigners ook in op hoe de faculteit ontwerpers vormt.
Strijp-S
De TU/e heeft ook dit jaar weer een Drivers of Change expositie op het Ketelhuisplein in het hart van Strijp-S. Daar vind je twee containers met projecten van de faculteiten Industrial Design en Built Environment, evenals studententeam TU/ecomotive met de nieuwe auto VENTRA, die fijnstof opvangt.
In het Klokgebouw kunnen DDW-bezoekers bij 4TU Design United individuele projecten bekijken van studenten van de vier technische universiteiten: Delft, Enschede, Wageningen en Eindhoven.
Noorderlicht
Op het Ketelhuisplein vind je een opvallend project van Stefanie Gillmeier, universitair docent bij Built Environment. De visuals ervan hebben veel weg van het noorderlicht: groene dansende golven in een donkere lucht.
Maar schijnt bedriegt: het groen is gewoon een standaardkleur van een laser en daarmee visualiseert ze met haar onderzoeksgroep luchtstromingspatronen die vervuilde lucht kunnen meevoeren. Die stromingen zijn doorgaans onzichtbaar voor het blote oog en vormen een verborgen gezondheidsrisico in steden.
“Een toepassing van dit onderzoek kan zijn: de juiste evacuatie bij rampen in ondergrondse tunnels, zoals een metrostation. Als daar brand is, is het nuttig te weten hoe die vervuiling zich precies verspreidt door de stad, om te weten welke richting veilig is voor evacuatie.”
Om uiteindelijk goed te kunnen voorspellen waar verontreinigde lucht naar toe gaat en hoe die reist, is heel veel data nodig. Een replica van de Bulgaarse stad Sofia is daarvoor bestudeerd. Dat deed de onderzoeksgroep in de windtunnel van de TU/e.
Voor DDW is echter een kleiner schaalmodel gemaakt dat geïnspireerd is op Eindhoven. “Dat is herkenbaar voor het publiek hier, en het model van Sofia was ook te groot voor de container”, zegt Gillmeier.
De volgende stap kan zijn: een digital twin maken, een tool om in een digitale omgeving dingen uit te testen op basis van echte situaties. Daarvoor werkt TU/e’s Built Environment samen met het GATE Institute (Bulgarije) en Chalmers University of Technology (Zweden).
MOD[us]
Naast URE doen meer TU/e-studententeams mee aan DDW. Team VirTU/e vind je op het NRE-terrein met MOD[us], een schaalbaar modulair bouwsysteem. MOD[us] kan helpen het woningtekort te verkleinen, maar kan bij ontwikkelingen als terugloop in migratie of meer vraag naar kantoorruimte, ook eenvoudig weer terug aangepast worden.
“MOD[us] is gebaseerd op een uniek Triplet-concept: een systeem van drie modulaire gebouwen voor studentenhuisvesting, opvang voor vluchtelingen en Meet[us] – multifunctionele ruimtes voor ontmoeting, werk en samenwerking,” zegt teammanager Minha Haris.
“Samen vormen ze een flexibel systeem waarin modules snel en betaalbaar van de ene naar de andere functie kunnen transformeren.”
Op hetzelfde terrein exposeert ook Team CASA, dat zijn innovatieve modulaire meubelsystemen presenteert. Beide teams hebben duidelijk samengewerkt: hun aanpasbare meubelontwerpen sluiten naadloos aan bij de modulaire kern van MOD[us].
“In plaats van de vraag te stellen hoe we meer kunnen bouwen, vraagt MOD[us] zich af: hoe kunnen we slimmere systemen bouwen die meebewegen met de samenleving?”, stelt Haris.
DDW
Alle exposities van de TU/e tijdens DDW zijn gratis te bezoeken. Voor veel andere DDW-plekken, zoals de studenten die exposeren in het Klokgebouw bij 4TU Design United, moet je wel een kaartje kopen. Cursor zal verslag doen van de opening en de opvallendste projecten ter plekke uitlichten.





Discussie