Foto | Bart van Overbeeke

TU/e wil meer uit collegezalen halen met nieuw roostermodel

“Een nieuw roostermodel, zodat je wél naar je sportvereniging kunt en wél bij je kinderen kunt zijn”, benadrukt Elmer Sachteleben, een van de initiatiefnemers. Het zogenaamde 12-uursmodel moet het groeiende tekort aan onderwijsruimte op de TU/e opvangen. Daarvoor moet mogelijk ook de duur van colleges en pauzes worden aangepast. Hoe het model er precies uit gaat zien, staat nog niet vast.

Hoewel twaalf uur langer klinkt dan het huidige 10-uursmodel, moet het colleges in de avonduren juist voorkomen. Het model kreeg begin dit collegejaar groen licht van het College van Bestuur van de TU/e.

De invoering staat voorlopig gepland voor studiejaar 2028/2029. Studenten, docenten en andere betrokkenen mogen de komende jaren meedenken over de gewenste invulling van het model.

12-uursmodel

Uit onderzoek van de Future Proof Scheduling-projectgroep (FPS) naar passende oplossingen voor het collegezaaltekort, komt het 12-uursmodel als beste naar voren. Het houdt in dat er dagelijks twaalf college-uren beschikbaar zijn om onderwijs in te roosteren. Zo’n college-uur duurt momenteel 40 tot 45 minuten.

Om het model nader vorm te geven, gaat het projectteam in gesprek met alle betrokkenen. “We gaan met hen sparren en kijken welke oplossingen er zijn. Dan kijken we wat het meeste draagvlak heeft en wat het meest realistisch is”, zegt Elmer Sachteleben, lid van het FPS-projectteam en tevens ESA-manager van Mathematics and Computer Science. 

Kortere college-uren

Een mogelijke manier om colleges in de avonduren te voorkomen is het inkorten van college-uren, mits dat niet ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Ook de pauzes en de verplaatsingstijden tussen de college-uren kunnen potentieel worden ingekort. Het vervroegen van de starttijd kan daarnaast eveneens extra tijd opleveren.

“Wij denken dat we het 12-uursmodel goed kunnen realiseren binnen de daguren”, aldus Jorg de Jong, teamleider van zowel de tentamenorganisatie als de roosterafdeling en onderdeel van het FPS-projectteam.

“Mocht er binnen het onderwijs geen ruimte zijn om aanpassingen te doen in de start-, eind-, pauze- en collegetijden, dan rest de invoering van een 12-uursmodel dat ook gebruikmaakt van de avonduren.”

Duurzamer dan bouwen

Hoewel er momenteel wel extra lesruimte wordt bijgebouwd, is alleen collegezalen bouwen niet de toekomstbestendige oplossing die de universiteit momenteel nodig heeft. “De universiteit groeit met honderden studenten per jaar. Daar kun je bijna niet tegenaan bouwen”, laat De Jong weten.

Bijbouwen is daarnaast niet duurzaam. “Als nu wordt besloten om geen grote colleges meer te geven en alleen in groepjes te gaan werken, dan moet je zo’n grote zaal weer in tien delen”, noemt De Jong als voorbeeld. “De ontwikkeling in het onderwijs gaat zo snel dat een statisch gebouw daar moeilijk in mee kan gaan.”

Invoering

Dat de invoering van het roostermodel pas vanaf collegejaar 2028/2029 gepland staat, heeft niet alleen te maken met de gesprekken die het FPS-projectteam met betrokkenen moet voeren. Er wordt ook rekening gehouden met docenten, die, indien de college-uren worden ingekort, hun lessen moeten aanpassen.

Daarnaast wil het team beter met alle faculteiten afstemmen wie wanneer en waarom onderwijs aanbiedt. Die keuzes worden vastgelegd in de curricula, die in de laatste twee maanden van het kalenderjaar worden opgesteld.

Campusbrede afstemming

Om die afstemming mogelijk te maken, wil het projectteam campusbreed curriculummanagement invoeren. Daarmee krijgen faculteiten beter inzicht in elkaars onderwijsplanning, wat het mogelijk maakt onderwijsactiviteiten beter op elkaar af te stemmen.

Dat moet uiteindelijk ook helpen bij de zaalverdeling, doordat niet meerdere faculteiten dezelfde collegezalen op hetzelfde moment aanvragen. “We geven onszelf twee jaar de tijd. Want de tijd vliegt als je aan een academisch jaar denkt”, zegt Sachteleben. 

De stip op de horizon is echter helder: “Een nieuw roostermodel, zodat je wél naar je sportvereniging kunt en wél bij je kinderen kunt zijn.” 

Deel dit artikel