door

Integreren met introverten

12/11/2019

De laatste tijd voel ik me, Cursor-columnist zijnde, een beetje als de oude buurvrouw die de straat in de gaten houdt. Ik bekijk met digitale ogen wat er op de TU/e gebeurt - hebben jullie nou nog stééds open offices in Atlas? - maar ik heb er geen invloed op. Ik ben slechts een nieuwsgierige buitenstaander, een frivole voyeur die smacht naar Nederlandse directheid.

Ik heb andere zaken aan mijn hoofd. Ik werk nu een maand in Bergen (Noorwegen) als postdoc. Mijn doel is nog altijd om vrienden te worden met een Noor, en dan doel niet ik op een blonde meid uit Leeuwarden die Noor heet. Nee, ik wil locals leren kennen, en Noorwegen heeft er zo’n 5,5 miljoen van. Keuze te over, zou je zeggen.

Het geval wil dat Noren van mijn leeftijd hun leven meestal al aardig op orde hebben. Ze maakten vrienden op de basis- of middelbare school, en hangen graag rond met hun familie in een afgelegen hutje (‘the cabin’) zo’n vijf tot acht uur rijden van de stad.

Ze vinden ‘het’ wel prima zo, en dat uit zich onder andere in een gebrek aan spontane praatjes met nieuwelingen. De eerste twee weken op de uni zei men nauwelijks ‘hei (hei)’ tegen me, eigenlijk alleen als ik voorgesteld werd. Niet alle Noren zijn introverten, niet alle introverten zijn Noren, maar er zijn verdomd veel Noren enigszins tot flink introvert.

Mij is verteld dat ze tijd nodig hebben. Dat ik maar vaak genoeg door de gangen van het universiteitsgebouw moet wandelen, moet rondhangen in de pantry en geduldig ‘hei’ moeten blijven zeggen. Dat ik langzaam het aura van de Noor moet betreden. Dat als een Noor jou aardig vindt hij niet naar zijn eigen voeten staart, maar naar die van jou.

Smeermiddel van de harten

Ik besloot het wat directer aan te pakken. Ook al is alcohol hier kneiterduur (het lokale, Bavaria-achtige ‘Hansa’ kost in de kroeg meestal €7 à €9), het is het smeermiddel van harten die worden opengezet, de WD40 van spontane gesprekjes, en de ducttape van sociale cohesie. Op een beschonken avond lijkt introversie een mythe en houden Noren van fysiek contact. Sterker nog, als je in Nederland al vindt dat vrouwen in de kroeg initiatief nemen, is het in Noorwegen helemaal raak en worden mannen soms zelfs gecatcalled.

Goed, daar kun je een leuk avondje mee vullen, maar reken er maar niet op dat ze je de volgende dag nog uitgebreid te woord staan. Gezelligheid met alcohol is een soort Noorse ‘one-night stand’: je bent leuk voor één avond, maar daarna scheiden onze wegen.

Integreren als postdoc is een uitdaging. Als Erasmus-student kon ik feestjes aflopen, maar mijn 29-jarige versie houdt zich iets meer op de vlakte. Dat vrienden maken, wat ik bijna mijn hele leven in Eindhoven heb gedaan, is buiten de stadsgrenzen een stuk lastiger.

Om maar even de kroon van naïviteit op te zetten: eigenlijk merk ik nu pas wat buitenlandse studenten en expats aan de TU/e meemaken. Natuurlijk, Nederlanders zijn een stuk directer in hun communicatie en wellicht wat opener, maar wij hebben ook een hoop vrienden sinds ons 16de, 18de of 20ste levensjaar die we niet zomaar lozen voor een Erasmus-spanjaard of een expat uit Estland.

Ziel onder de arm

Misschien zijn er wel open offices in Atlas om Nederlanders eindelijk te dwingen om met buitenlandse collega’s om te gaan (ha, nee joh: in kantoortuinen zijn er meestal nóg minder gesprekken). Of, misschien is het verschil tussen Nederlanders en Noren niet zo groot, en lopen er in Eindhoven ook een hoop expats met hun ziel onder hun arm, op zoek naar geïnteresseerde locals.

Daarom was deze bemoeizuchtige buurvrouw op afstand gisteren erg blij. Cursor meldde dat het SSC en Hubble zich gaan bekommeren om buitenlandse studenten en medewerkers in de kerstvakantie, die niemand hebben om mee op te trekken. Dat er daadwerkelijk iets op de campus te doen is wanneer de rest van Nederland aan het gourmetten is. Het zal misschien niet alle integratieproblemen oplossen, maar ik zou met zo’n initiatief in Noorwegen ook ontzettend blij zijn. En jij ook als je ver van huis bent.

Deel dit artikel via je socials