door

Bună dimineața

23/04/2026

Op de campus van de TU/e valt de meertaligheid steeds vaker op. Tussen het Engels door klinken allerlei andere talen in gangen en liften. Columnist Edith Snelders staat stil bij wat dat betekent voor communicatie, identiteit en hoe mensen zich thuis voelen op een internationale universiteit.

In de lift hoor ik Spaans, Mandarijn, Italiaans en iets wat ik niet kan thuisbrengen. Bună dimineața? Een onbekende taal in een voor mij bekende omgeving. Als communicatieprofessional die van taal houdt, voelt dat ongemakkelijk. Moet ik me buitengesloten voelen? Of … moet ik het juist omarmen?

Engels is op de campus de voertaal en dat is logisch. Het is een mooie taalbrug tussen de vele nationaliteiten. Maar een brug is geen bestemming. Je woont er niet en je komt er niet vandaan. Een taal is meer dan communicatie. Het is deel van je nationale cultuur en identiteit. En hoe vertrouwd het Engels soms ook voelt, voor de meeste van ons is het niet de taal van thuis. 

Dat werd pijnlijk duidelijk toen we Engels alweer zes jaar geleden invoerden als voertaal aan de universiteit. Er kwamen bijna honderd reacties van alumni binnen. Kritisch, soms fel, maar vooral betrokken. Deze oud-studenten voelden dat ‘hun’ universiteit iets verloor. Taal was voor hen meer dan een instrument. Het was een anker van identiteit.

Anno nu is op de campus de diversiteit duidelijk hoorbaar. Dat is prachtig. Echt. Die veelheid aan talen ís wie we samen zijn. Maar het is zelden onderdeel van gesprekken over inclusie. En dat schuurt toch een beetje. Want inclusie betekent ook: elkaar kunnen volgen, elkaar kunnen begrijpen of daar in elk geval moeite voor doen.

Dus waar ligt de grens? Moeten internationals vloeiend Nederlands leren spreken? Nee. Dat kun je niet van ze vragen. Maar mogen wij verwachten dat ze iets van onze taal en cultuur oppikken? Ja, een beetje wel. En andersom geldt precies hetzelfde: wij moeten nieuwsgierig blijven naar hún taal, hún context en hún manier van uitdrukken. 

Want als we taal reduceren tot communicatieve efficiëntie, delft de cultuur het onderspit. En als de cultuur vervaagt, wordt de universiteit een plek zonder identiteit. Een plek waar veel mensen zijn, maar niemand zich echt thuis voelt. 

Dus misschien is de echte vraag niet: welke taal spreken we? Maar: hoeveel moeite doen we om elkaar écht te verstaan?

Bună dimineața. Misschien is dat waar het begint. Ik neem me voor om ‘goedemorgen’ in de tien meest voorkomende talen op onze campus te leren. Zodat ik in de lift niet alleen kan luisteren, maar ook een beetje mee kan praten. 

Edith Snelders is hoofd Bureau voor Alumnirelaties en Universiteitsfonds Eindhoven. Ze schrijft deze column op persoonlijke titel.

Deel dit artikel