door

Comfort of vrijheid?

02/09/2026

Vakantie beweegt zich voor Pieter Pauw tussen twee onverenigbare polen: comfort en vrijheid. “And never the twain shall meet.” Of toch?

Jarenlang kampeerde ik vooral tijdens het hiken. Comfort is ver te zoeken wanneer je, levend vanuit een rugzak, ergens op een berg in een klein tentje slaapt. Het gevoel van vrijheid, daarentegen, is ongeëvenaard.

Op zomervakantie-gezinscampings blijkt de balans naar de andere kant doorgeslagen. We stonden op leuke Franse campings, daar niet van. Maar ik viel af en toe bijna van mijn opvouwbare stoel als ik zag wat mensen allemaal meesleepten voor hun jaarlijkse weken van ontspanning.

Opvouwbare wasmolens (die je met haringen vastzet). Airconditioners die je aan de buitenkant van je caravan hangt. Enorme televisies, koffiezetapparaten, een uitvouwbaar badmintonnet, een föhn op 12 volt. Een fietsaanhanger voor de hond.

Iedere ochtend liep een man langs met de septic tank van zijn camper. Een verrijdbare, met zo’n uitschuifbaar handvat, als ware het een reiskoffer. Innovatie is overal, ook op de camping.

Voor die ene vakantie in het jaar, moeten ook de auto’s steeds groter. Omdat het dan na verloop van tijd weer niet past, neemt menigeen ook een dakkoffer of hekbox mee. Laatste innovatie: om ruimte ín de auto te sparen, slapen mensen in een tent óp de auto. Alsof zij op safari zijn – en wij wilde dieren. 

Maar vrijheid? Inpakken voor een familievakantie is een hel, waarbij de stress evenredig oploopt met de inpaktijd en de hoeveelheid spullen die je meesleept. Als je meer meeneemt, is de kans ook groter dat je iets vergeet. Dat je voor dat stukje comfort – die melkopschuimer – toch na twintig minuten rijden weer om moet draaien.

Zo zat ik te denken op de camping: comfort en vrijheid zijn onverenigbaar. Oók op de camping, ondanks alle innovatie.

Tot het moment dat bleek dat wij op de volgende camping per ongeluk een plek zonder stroom geboekt hadden. We koken niet op gastankjes om afval en het klimaat te sparen, dus dat is lastig. Gelukkig konden we teruggrijpen op het stopcontact in onze elektrische auto – maar mijn theorie kon wel bij het vuilnis.

Pieter Pauw doet onderzoek naar klimaatbeleid en is assistant professor bij de groep Technology, Innovation and Society (IE&IS). Hij schrijft deze column op persoonlijke titel. 

Deel dit artikel