door

Dat ik uit vrije wil meer op me neem, maakt alle verschil

25/06/2026

Werkdruk, stress, burn-out: de discussie over mentale gezondheid in de academische wereld klinkt luider dan ooit. Maar Shihab Al-Daffaie, onderzoeker aan de TU/e, heeft een ander verhaal. Naast zijn onderzoek en onderwijs, vervult hij meerdere extra functies. Niemand heeft hem dat gevraagd, hij koos er zelf voor. En dat, stelt hij, maakt alle verschil.

Niemand aan de TU/e heeft mij gevraagd om een Europees promotienetwerk met miljoenen euro’s op de balans te coördineren. Niemand verplichtte mij om de Future Chips Academy te leiden of om vertrouwenspersoon te worden. Ik koos deze rollen, en ik geloof dat dat onderscheid veel uitmaakt. 

Mensen vragen me steeds: hoe doe je dat allemaal zonder op te branden? Collega's, studenten, mensen uit de industrie, uit alle lagen om me heen, reageren telkens hetzelfde: "Shihab, het is te veel. Niemand heeft je gevraagd dit allemaal te doen. Je doet al genoeg. Zorg voor jezelf. Zorg voor je gezin. Zoek een balans."

Ik hoor ze. En ze hebben gelijk dat ze het aangeven. Op papier lijkt het niet vol te houden. Ik vervul diverse functies op het gebied van onderzoek, onderwijs, internationale projecten, onderwijsleiderschap en dienstverlening aan de universiteit. En mensen vragen me vaak hoe ik dat allemaal voor elkaar krijg, zonder op te branden.

Voor de duidelijkheid: ik schrijf dit niet omdat ik denk dat ik uitzonderlijk ben. Mijn collega's werken heel hard en hebben grote impact. Hun capaciteiten staan niet ter discussie. Dit is geen vergelijking. Dit is een ervaring die ik wil delen. Omdat mensen blijven vragen, en ik denk dat het antwoord voor iemand misschien nuttig kan zijn.

Dit is hoe ik erover nadenk. Het is geen recept. Geen formule. Gewoon mijn manier.


 

1. Het begon al voor de universiteit

Het is niet zo dat ik arriveerde in academia en plots het vermogen ontwikkelde om meerdere functies tegelijk te vervullen. De training daarvoor begon decennia eerder, zonder dat ik besefte dat ik aan het trainen was.

Op de middelbare school ontdekte ik elektronica en wiskunde. Als iets me echt interesseerde, verloor ik mezelf erin. ‘s Nachts lezen, problemen doorwerken. De uren verstreken en ik vergat de tijd. 

Ik noemde het geen discipline. Ik had gewoon een passie die me trok. Het was mijn eerste kennismaking met wat ik later zou herkennen als high quality time: het vermogen om je volledige, onverdeelde aandacht aan iets te geven.

Met achttien jaar, in mijn eerste jaar op de universiteit, had ik al contacten in de industrie en verdiende ik geld met technische opdrachten. Ik besteedde nachten aan het afronden van projecten, niet uit verplichting, maar omdat ik ze wilde afmaken. Ik wilde resultaat zien.

Daarna kwamen jaren in de industrie: het oprichten en leiden van een ingenieursbedrijf, het managen van grootschalige glasvezelprojecten, crisismanagement, presteren onder druk. 

Projectmanagement. Financiële controle. Stakeholderonderhandelingen. En misschien wel het belangrijkste: leren wat te doen als het misgaat.

Dit was mijn sportschool. Ik wist het toen niet, maar ik bouwde de spieren die ik later nodig zou hebben.


 

2. De bodybuilder en de bouwvakker

Een analogie. Vergeef me, ik ben elektrotechnisch ingenieur, dus ik denk in fysieke systemen.

Vergelijk twee mensen die dagelijks zware gewichten dragen: een bodybuilder en een bouwvakker. Beiden werken hard. Beiden tillen. Maar de bodybuilder kan veel meer gewicht dragen zonder geblesseerd te raken. De bouwvakker is na een volle dag moe, voelt de stress van de gewichten en kan op den duur bezwijken.

Waarom? Vier redenen.

Ten eerste begon de bodybuilder als een gewoon persoon zonder spieren. Die werden opgebouwd door training. Hij heeft een programma, misschien een personal trainer. Hij denkt diep na over elke beweging, betrekt zijn geest volledig bij het aanwenden van de spierkracht en voert elke beweging precies uit, om kracht op te bouwen zonder blessure. 

Het doel van de bouwvakker is anders. Hij is er om een taak te voltooien. Het gewicht is gewoon iets wat verplaatst moet worden. Hij betrekt zijn geest niet bij hoe hij het draagt. Dezelfde last schaadt hem daarom sneller.

Ten tweede heeft de bodybuilder een totaal andere mindset ten opzichte van de gewichten. Zijn doel is kracht. Hij ziet gewicht niet als iets negatiefs. Hij gelooft: hoe meer last ik draag, hoe sterker ik word. 

De bouwvakker ziet de last als gewoon werk. Geen training. Geen mentaal kader. Het gewicht breekt hem af.

Ten derde, en dit is cruciaal, kiest de bodybuilder ervoor het gewicht te dragen. Hij betaalt zelfs voor de sportschool, investeert in een trainer. 

De bouwvakker moet het gewicht dragen. Het is een verplichting, geen keuze. Voor de een is het vrijwillige training, voor de ander verplichte arbeid. De psychologische ervaring is totaal verschillend.

Ten vierde investeert de bodybuilder om sterker te worden. De bouwvakker werkt om te verdienen. De drijfveren zijn fundamenteel anders.

Terug naar het academische werk. Ik zie mijn vroege carrière, het bedrijf, de telecomprojecten en het crisismanagement als mijn trainingsprogramma. Ik leerde zware lasten dragen, lang voordat de academische wereld dat van me vroeg. 

Belangrijker nog: ik leerde dat de last mij niet schaadt. Het maakte me sterker. Elke taak die ik op me neem, kies ik. Niemand aan de TU/e vroeg me vertrouwenspersoon te worden. Niemand verplichtte me het EU-netwerk te coördineren of de Future Chips Academy te leiden. 

Ik heb dit gekozen. Ik investeer erin – tijd, focus, kwaliteit – omdat ik de opbrengst ken.

Dit gaat niet over het verheerlijken van overwerk. Het gaat over begrijpen dat twee mensen vergelijkbare acties kunnen uitvoeren met volledig verschillende uitkomsten, afhankelijk van voorbereiding, mindset, keuze en doel.

Met alle respect voor de bouwvakker: deze analogie is geen oordeel. Het is gewoon een natuurlijk voorbeeld van hoe training en perspectief de ervaring transformeren.


 

3. Elk probleem is een potentieel succes

We worden omringd door problemen en kwesties. Dat is geen klacht. Dat is grondstof. Hier is mijn eerste filosofische principe, en het is de basis van alles:

Probleem → Uitdaging → Kans → Succes

Het werkt zo. Als ik een probleem tegenkom, voel ik geen stress. Ik bekijk het. Ik probeer het duidelijk te identificeren, te karakteriseren, de vorm ervan te begrijpen. Daardoor wordt het probleem een uitdaging, iets waarmee ik me kan bezighouden. 

Als ik serieus aan die uitdaging werk, goed nadenk en oplossingen bedenk, verandert de uitdaging in een kans. En als ik die kans aanpak, op de juiste manier, wordt het een succes.

Dit betekent dat alles om me heen, alle problemen, potentiële successen zijn die bereikt kunnen worden. Er is geen reden om bang te zijn voor een probleem. Er is geen reden voor stress. Je kunt heel druk zijn, zonder stress, omdat elke taak gewoon een ander probleem is op weg naar een succes.

Dat is geen blind optimisme. Het is een keten. En het werkt als je elke schakel serieus neemt.


 

4. De universitaire cyclus en hoe je daaruit stapt

Academisch werk is competitief. Iedereen wil het beste geven, en dat doet iedereen ook. Het resultaat is een eindeloze cyclus van zwaar werk en zware taken. Dag na dag. 

Binnenin deze cyclus is het enorm moeilijk om te beoordelen wat er gebeurt, het te karakteriseren, de waarde ervan te zien. Je hebt indicatoren nodig. Maar voor indicatoren heb je ruimte nodig.

Er zijn twee manieren om je tot deze cyclus te verhouden. De cyclus kan je leiden, je reactief van e-mail naar vergadering naar deadline trekken, gewoon overleven. Of je kunt de cyclus leiden, proactief, met perspectief, deze van buiten zien voordat je er weer in stapt.

Ik streef ernaar de cyclus te leiden. Ik creëer bewust ruimte, een exit, tussen mezelf en de cyclus. Vanuit die ruimte kan ik observeren hoe dingen verlopen, het ritme begrijpen en dan met een helder hoofd terugkeren.

Hoe ik dit concreet aanpak: zondagmiddag en -avond. Mijn gezin bereidt zich ook voor op de week. Mijn vrouw, mijn kinderen, allemaal bereiden we ons voor op maandag. 

Ik gebruik die tijd om de komende week te overzien: vergaderingen, taken, deadlines. Ik kijk ook verder vooruit: wat komt er over twee, drie, vier weken? Is er iets wat ik nu moet voorbereiden dat later impact heeft? 

Ik onderneem geen actie. Ik beantwoord geen e-mails. Ik positioneer alles op mijn mentale kaart. Ik reserveer de tijdsloten van hoge kwaliteit voor de belangrijkste taken. Ik bereid mijn mentale gesteldheid voor.

Dit is geen productiviteit. Dit is helderheid. Het verbindt zich met iets diepers, waarop ik straks terugkom.


 

5. 80/20 en de signaal-ruisverhouding

Hoe kies je wat te doen als alles belangrijk lijkt?

Ik gebruik twee kaders. Een alom bekend, een uit mijn eigen vakgebied.

Het eerste kader is het 80/20-principe. Je investeert 20 procent van je inspanning en tijd, waarmee je 80 procent van de impact realiseert. Dat is geen toeval. Het is selectie. 

Je moet extreem selectief zijn in welke taken je op je neemt. Alleen werk met hoge impact kan deze verhouding opleveren. 

Zelfs als de taak zwaar is, ben je al getraind om die te dragen. De sleutel is het kiezen van gewichten die onevenredig veel impact opleveren.

Het tweede kader is de signaal-ruisverhouding (SNR). Dit begrip komt uit mijn vakgebied: elektrotechniek en communicatiesystemen. In elke transmissie wil je het signaal maximaliseren en de ruis onderdrukken. 

Toegepast op werk: je moet hoogwaardige taken, het signaal, en de activiteiten van lage waarde, afleidingen en rompslomp om je heen verminderen, de ruis. Dit betekent niet egoïstisch zijn. 

Het betekent selectief en efficiënt zijn. Versterk het signaal. Onderdruk de ruis.

Hoe deze twee ideeën samenhangen: je investeert 20 procent inspanning in hoogsignaaltaken. Dat levert 80 procent van je impact op. De ruis is wat je onderdrukt om die investering te beschermen. 

Kies taken met een hoog signaal en je verbetert automatisch deze verhouding. Beide vereisen het vermogen om nee te zeggen tegen ruis, ook als die ruis urgent of druk lijkt.

Vraag jezelf: is deze taak signaal of ruis? Als het signaal is, investeer dan. Als het ruis is, reduceer, delegeer of elimineer.


 

6. Investeringen die elkaar voeden

De juiste taken selecteren is slechts een deel van het verhaal. De volgende stap is die taken elkaar te laten verrijken. Ik noem dit coherente inspanning.

Het principe is eenvoudig: ik probeer te investeren in taken die met elkaar verbonden zijn. Mijn onderzoek voedt mijn onderwijs, en mijn onderwijs voedt mijn onderzoek. Het zijn geen gescheiden werelden. Het is één systeem.

Als ik een onderzoeksidee verken, vertel ik erover in colleges. Studenten, bachelor- of master-, worden zo blootgesteld aan actuele onderwerpen. Hun vragen scherpen mijn denken. 

Tegelijkertijd zorgt het onderzoek voor betere apparatuur, nieuwere inzichten en echte cases in het onderwijs. Beide kanten profiteren. De impact vermenigvuldigt zich.

Hetzelfde geldt voor mijn summerschools: de Eindhoven Semiconductor Summer School en de Future Chips Academy. Ik bouwde vanaf het begin een kader. De structuur, hoe studenten met elkaar omgaan, welke projecten ze doen, het netwerk van mensen dat ik moet contacteren. 

Dat platform bestaat al. De komende jaren begin ik niet bij nul. Ik update. Ik verbeter. De tijds- en energie-investering betaalt zich jaar na jaar terug.

Dat is geen financiële investering. Ik ben geen financieel investeerder. Ik investeer in inspanning. De tijd en energie die ik vandaag besteed, moet later in een andere vorm terugkomen: efficiëntie, kwaliteit, impact, bespaarde tijd. 

Het platform dat ik één keer bouw, bespaart me veel werk als ik er telkens opnieuw op kan voortbouwen.

Coherente inspanning betekent vragen: sluit deze taak aan bij iets anders wat ik al doe? Kan het een ander gebied versterken? Kan ik iets eenmalig bouwen en hergebruiken? 

Als het antwoord ja is, is de investering niet geïsoleerd. Ze resoneert door. Ze vermeerdert. En zo kan ik veel dragen zonder dat alles als aparte last aanvoelt.


 

7. Tijd van hoge kwaliteit: wees waar je bent

Als je geen high quality time reserveert voor de belangrijke dingen in je leven, zul je nooit tevreden zijn met de resultaten.

Een persoonlijk voorbeeld. Als ik bij mijn gezin ben, fysiek aanwezig maar mentaal elders, niet bijdragend aan het gesprek, niet pratend met mijn vrouw, niet betrokken bij mijn kinderen, dan ben ik er eigenlijk niet. Ze voelen mijn aanwezigheid niet. De tijd is verspild. Nul impact.

Hetzelfde geldt voor werk. Voor elke taak met een hoog signaal, de 20 procent, moet je tijd van hoge kwaliteit investeren. Dit betekent volledige focus. Voltooi de taak zo snel mogelijk met de hoogste kwaliteit. Combineer taken niet. Multitask niet bij werk met hoge impact.

Multitasken heeft een beperkt nut. Het kan worden gebruikt voor werk op ruisniveau, taken met lage impact die toch gedaan moeten worden. Maar ruiswerk verdient je diepe focus niet. Bewaar die voor signaaltaken.

De grootste uitdaging is: de juiste taken kiezen, volledig focussen, high quality time investeren. Volg je deze werkwijze, dan kun je veel doen, efficiënt en met grote impact.


 

8. De boom: wortels in het donker, bladeren in het licht

Misschien is dit wel de filosofie die me het meest na aan het hart ligt.

Een boom groeit tegelijkertijd in twee richtingen: omhoog naar het licht, en omlaag de donkere aarde in. De boom kan nooit succesvol omhoog groeien als er geen sterke wortel naar beneden groeit, in het donker.

Het licht is het zichtbare werk. Het onderwijs, de vergaderingen, de presentaties, de publicaties, de resultaten die anderen kunnen zien. Het donker is het stille, ononderbroken, diep gefocuste werk. Het denken, de afstemming, de zware cognitieve arbeid die niemand ziet.

Ik reserveer tijd in het donker. Zo’n twee tot drie dagen per week maak ik ruimte, vooral voor zeer zware denkwerkzaamheden die diepe, continue concentratie zonder onderbreking vereisen. Op die momenten is het stil. Ik laat mijn wortels groeien.

En dit is de opbrengst: één uur in het donker om middernacht kan meer opleveren dan vier uur overdag. Dit sluit direct aan bij het 80/20-principe. Het donkere uur is de 20 procent die 80 procent van de intellectuele output oplevert. 

Wat in het donker groeit, weerspiegelt zich in het licht. De boom groeit omhoog, bladeren schitteren, je werk is zichtbaar en impactvol.

Dit is geen productiviteitstip. Dit principe is geïnspireerd door de boom. Een natuurlijk, geduldig, organisch model van hoe echte groei werkt. De groei van wortels laat zich niet haasten. Je kunt het donker niet overslaan.


 

9. Waarom kwaliteit zichzelf in stand houdt

Hoe houd ik de kwaliteit hoog in al mijn functies? Het antwoord ligt in een cyclus die zichzelf in stand houdt.

Het begint met motivatie. Ik kies taken die ik echt wil doen. Ik doe wat ik leuk vind, en ik vind leuk wat ik doe. Dit is een dubbele motivatie. Ik word niet moe als ik werk aan dingen die ik heb gekozen. En omdat ik ze kies, investeer ik tijd van hoge kwaliteit. 

Omdat ik tijd van hoge kwaliteit investeer, is de kwaliteit van de output hoog. Omdat de kwaliteit hoog is, is de impact reëel. En omdat de impact reëel is, krijg ik nieuwe motivatie.

Motivatie → kwaliteit → impact → motivatie

Deze lus houdt zichzelf in stand. Dat is waarom ik hoge standaarden kan handhaven binnen meerdere rollen op de lange termijn. Niet omdat ik bovenmenselijk ben. Maar omdat het systeem zichzelf voedt.

Wanneer treedt stress op? Stress verschijnt op het moment dat ik voel dat een taak of rol voor mij geen echte impact zal teweegbrengen. Op dat moment luister ik. Stress is een signaal, het teken van een missmatch tussen taak en impact. 

Ik laat stress niet de controle overnemen. Stress kan ik volledig beheersen door bewust te kiezen waarin ik mijn energie investeer. Ik pas me aan. Ik heroriënteer me op het signaal.

Daarom geloof ik dat hoogwaardig werken aan taken met een hoge impact het juiste is om te doen. Deze werkwijze creëert een complete feedbacklus. Als de lus functioneert, voelt de last niet als last, maar als groei.


 

10. Over werk-privébalans: tevredenheid, geen perfectie

Laat ik eerlijk zijn. Volledige balans tussen werk en privé is onmogelijk. Wat telt, is tevredenheid.

Voor mij is werk leven. Ik voel mijn leven in het werk. Dit betekent niet dat ik mijn gezin verwaarloos. Mijn vrouw weet wat ik doe. Mijn kinderen zijn bezig en goed geïnformeerd. Maar ik zou dit alles niet kunnen doen zonder een zeer sterke, begripvolle partner naast me. 

Begrip werkt twee kanten op. Ik verwacht niet dat mijn vrouw het huishouden alleen doet. Ik doe moeite om thuis high quality time door te brengen, fysiek en mentaal volledig aanwezig, niet gewoon in dezelfde kamer zitten terwijl mijn geest elders is. Echte aanwezigheid. Ik doe het niet altijd perfect, maar mijn inspanning is oprecht.

Een stabiel privéleven is niet iets wat je krijgt. Het is iets waar je samen aan bouwt. Als je privéleven wankelt, als er problemen thuis zijn, als het fundament niet solide is, zou het voor mij onmogelijk zijn mijn werklast te dragen. Een stabiel privéleven geeft je de mentale ruimte en fysieke tijd om veel meer te bereiken dan normale werkuren zouden toelaten.

Ik neem vakantie, niet zo vaak als sommige collega's, maar als ik het doe, gebruik ik die bewust. Ik versterk mijn denken. Ik focus op hoe dingen beter kunnen. Ik geniet van tijd met het gezin en probeer te compenseren voor dagen dat ik diep verzonken was in werk.

Sommige mensen zeggen dat ik het werk van twee of drie voltijdsbanen verzet. Door mijn filosofie en strategie kan ik veel bereiken, me tevreden voelen, nog steeds balans ervaren en toch meer produceren. Net als de bodybuilder voel ik mezelf sterker worden.

Maar, en dit is cruciaal, zelfs de sterkste bodybuilder heeft een grens. Je moet je grenzen respecteren. Als je je grens op een dag overschrijdt, ga je richting burn-out. En een burn-out laat alles instorten. Een zeer sterke mentale gezondheid is essentieel.

De wekelijkse praktijk van buiten de cyclus stappen, de zondagse voorbereiding, de wortels in het donker, is wat deze mentale gezondheid in stand houdt. Wat je op stoom houdt. Het is de voortdurende training.

Als je niet traint, als je gewoon werkt en werkt en werkt zoals de bouwvakker, word je moe. Vermoeidheid heeft invloed op de taken. Dan komt stress. Stress is het eerste teken. Een zeer gevaarlijk symptoom. Een signaal om te stoppen, na te denken en je mentale gezondheid te herstellen voordat je terugkomt. 

Wees voorzichtig met jezelf. Doe alles wat je wilt, voor zover de tijd het toelaat. Respecteer je grenzen.


 

11. Een gedachte over training

De TU/e biedt veel uitstekende trainingen. Leiderschap, onderwijs, certificeringen. De middelen zijn er. Maar deze trainingen zijn algemeen. Ze zijn ontworpen voor een breed publiek, niet voor een specifiek persoon. Ze zijn niet aangepast aan iemands achtergrond, sterke punten, lacunes of ambities.

Het is op grote schaal misschien niet praktisch, maar als de universiteit haar mensen wil ontwikkelen tot medewerkers die meerdere rollen effectief aankunnen, is maatwerk de manier.

Terug naar de bodybuilder. De personal trainer kent de bouw van diens specifieke lichaam. Welke spier training nodig heeft. Welk deel rust nodig heeft. Waar te pushen en waar te ontspannen. 

De training is ontworpen voor maximale prestatie van dat ene individu. Een algemeen programma, hetzelfde voor iedereen, zal nooit de specifieke behoefte van één bepaalde persoon invullen.

De meeste academici leren door ervaring. Ze besteden jaren aan een taak en worden langzaam beter. Dat werkt, maar het gaat traag. Gepersonaliseerde ondersteuning in de ontwikkeling zou dit dramatisch kunnen versnellen.

Er is ook een motivatievraag. Veel mensen volgen trainingen omdat het verplicht is: voor promotie, voor certificering, voor compliance. Dat is de bouwvakkersmentaliteit: gewicht dragen omdat je moet. Maar als iemand een training kiest omdat hij echt beter wil presteren, leveren dezelfde uren compleet andere resultaten op.

Ik heb geen oplossing. Ik observeer alleen: als je wilt dat meer mensen meer kunnen dragen, en goed kunnen dragen, suggereert het bodybuildermodel dat je een trainer nodig hebt. Niet alleen een programma.


 

12. Slot: geen recept, gewoon een gedeelde ervaring

Ik keer terug naar het begin.

Niemand heeft me gevraagd dit allemaal te doen. Het kwam van binnenuit. En ik schrijf dit artikel, omdat mensen blijven vragen hoe het kan. Dit is mijn antwoord. Niet als formule, niet als recept, maar als venster op hoe één persoon erover nadenkt.

Mijn collega's doen geweldig werk. Hun impact is reëel. Ik claim niet de beste te zijn. Ik deel gewoon wat voor mij werkt, voor het geval het iemand anders helpt zijn eigen versie ervan te vinden.

Ik geloof dat iedereen die de juiste training krijgt veel kan doen. De capaciteit is er, ze moet alleen worden ontsloten.

Deel dit artikel