UR | Groeipijn
Onder het motto ‘One TU/e’ wil de universiteit de gemeenschap hechter maken, aldus het institutieplan. Met overvolle collegezalen en eeuwig bezette studieplekken in gedachten, vraagt Teun Jongmans zich af: is de campus daar wel klaar voor?
Eerder dit jaar presenteerde de TU/e het Institutional Plan 2026-2030. Hierin staat, net als in het eerdere Strategy 2030-plan, dat het bouwen van een gezamenlijke gemeenschap op de TU/e erg belangrijk is. In het nieuwe plan hebben ze voor dit principe zelfs een naam bedacht: ‘One TU/e’.
Het bouwen van een sterke gemeenschap is, in deze tijden van digitalisering, natuurlijk een niet te onderschatten uitdaging. Ook tegenwoordig blijft fysiek contact het belangrijkste fundament voor een sterke gemeenschap. Het doel is dan ook dat de TU/e-campus centraal staat in deze gemeenschap. Is daar momenteel eigenlijk wel ruimte voor?
Voor veel studenten is het onderwijs toch de hoofdreden om naar de universiteit te komen. Onder andere collegezalen met een te kleine capaciteit zorgen ervoor dat een deel van de studenten liever het zekere voor het onzekere nemen en niet komen. Je kunt beter vanuit huis de lecture online kijken dan dat je er fysiek naartoe gaat en geen plek hebt.
Er wordt momenteel gekeken naar een oplossing voor dit capaciteitsprobleem, en men is uitgekomen op collegeblokken tijdens de avonduren. Ik ben geen expert, maar toch durf ik bij deze de niet zo gewaagde voorspelling te doen dat de opkomst bij deze avondcolleges niet beter gaat zijn.
Naast colleges zijn ook de studeerplekken een probleem. Ondanks dat de studeerplekken op de universiteit over het algemeen van goede kwaliteit zijn, is ook hierbij capaciteit de remmende factor. Vooral als de tentamens weer langzaam in zicht beginnen te komen, zijn de fijne studeerplekken alleen weggelegd voor de vroege vogels onder de studenten.
Uit een survey (n = 195) binnen de faculteit Mechanical Engineering blijkt dat meer dan 75 procent van de respondenten tijdens deze periode niet op een plek terecht kan waar zij graag zouden studeren. Meer dan 40 procent geeft aan dat zij tijdens de tentamenweek überhaupt geen plek kunnen vinden.
Veel studenten geven ook aan het belangrijk te vinden om in alle rust te kunnen studeren. De enige plekken waar dit echt kan, zijn de stilteruimte van Neuron en, in zekere mate, de kelder van MetaForum. In deze ruimtes is het tijdens de tentamenweken al helemaal een race om zo vroeg mogelijk je handdoek op het stoeltje te leggen.
Om terug te keren naar het One TU/e-principe: sociale interactie is natuurlijk het belangrijkst. Fijne ontspanningsruimtes zijn net zo schaars als studeerplekken, en de bereikbaarheid ervan is ook niet altijd ideaal. De studieverenigingen zijn hier een goed voorbeeld van.
Het zijn uitgelezen plekken om de community te versterken, maar veel studieverenigingen zitten op plekken waar je niet zomaar toevallig langskomt. Dan zul je ook niet zomaar eens binnenlopen of er gratis koffie gaan halen (dat kan!).
Om een voorbeeld te geven van hoe ik het graag meer zou zien, komen we weer bij Neuron uit: een kantine dichtbij de studieplekken, maar wel losgekoppeld, waardoor men zich toch in een andere omgeving bevindt.
Je zou graag nu een zaadje in de grond stoppen en zien dat er aankomend jaar nieuwe studieplekken zijn gegroeid, maar zo werkt het helaas niet. Bij een groeiende universiteit hoort groeipijn, en dit is een van de vormen waarin die zich uit.
Als men echter het doel van One TU/e wil halen, dan zal er ergens toch een flink zaadje geplant moeten worden. En wanneer we dan toch aan het planten gaan, doe dan maar een zaadje van het soort ‘Neuron’. Als dit niet gebeurt, zal de situatie waarschijnlijk blijven zoals die nu is en zal er weinig ruimte zijn voor de One TU/e-community om te groeien.
Teun Jongmans studeert Mechanical Engineering aan de TU/e en heeft namens studentenfractie ONS zitting in de Universiteitsraad. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Foto Teun Jongmans | Wout Meulenbroek

Discussie