door

UR | Afrekenen op werkdruk

25/01/2018

De universiteitsraad is vernieuwd en diverser dan ooit, met maar liefst drie studentenpartijen, en één personeelsfractie, met daarin zeven ondersteuners, één promovendus en één hoogleraar. Die diversiteit is een groot voordeel, want de belangen van deze groepen liggen vaak in elkaars verlengde, bijvoorbeeld als het gaat over werkdruk.

Nieuwsgierigheid naar wat er allemaal komt kijken bij het runnen van een universiteit, is een eigenschap die alle U-raadsleden gemeen hebben. En hun interesse om daar een steentje aan bij te dragen en de belangen van collega’s en medestudenten te verdedigen. Duidelijk is dat er op dit moment één onderwerp is waarvan iedereen de gevolgen ondervindt: werkdruk.

Docenten maken al lange tijd meer uren dan ze geacht worden te doen. De afgelopen jaren kregen ze ook een complete verandering van het onderwijssysteem voorgeschoteld en vorig jaar werden alle digitale onderwijssystemen in één klap veranderd. En terwijl die systemen nog kampten met kinderziektes, vond er een reorganisatie van de onderwijsondersteuning plaats. Bij de docenten is er nog weinig elasticiteit over.

Onze wetenschappers zitten al jaren gevangen in de ratrace van publiceren, balancerend op het wiebelige koord tussen onderwijs en onderzoek. Daarnaast wordt van ze verwacht dat ze goed scoren in zowel hun onderzoek, onderwijs als op het financiële vlak, lees het binnenhalen van onderzoeksgeld.

De ondersteuners weten al jaren dat er meer met minder gedaan moet worden; minder mensen en minder geld. Alleen het aantal hiërarchische lagen lijkt toe te nemen.

Oké, werkdruk krijgt steeds meer aandacht en er wordt gewerkt aan een oplossing. Collegevoorzitter Jan Mengelers vermeldde in zijn nieuwjaarstoespraak dat de werkdruk zorgelijk is en de volledige aandacht van het College van Bestuur heeft. Maar wat ik zorgelijk vind is dat er ondanks alle inspanningen nauwelijks concrete maatregelen zijn genomen.

Ja, er is een faculteit die haar personeel een 'sinterklaasbonus' gaf. En ja, zelfs het intrekken van de vijf 'oude-lullen-dagen' bij het meest grijze deel van onze collega’s zou de werkdruk kunnen verlagen. Maar als gekeken wordt naar de afspraak tussen de vakbonden en de universiteiten dat er eind 2017 plannen zouden liggen voor het bestrijden van de werkdruk, zit ook onze universiteit bij de ruime meerderheid van instellingen die dat niet voor elkaar kregen.

Anderzijds zit de TU/e wel in de kopgroep als het gaat om instellingen die niet financieel gekort worden omdat ze de prestatieafspraken met de minister gehaald hebben. Is het niet een idee voor de minister om prestatieafspraken te maken over concrete maatregelen om de werkdruk aan te pakken? Dan kunnen we proberen om ook in díe ranking voor plaats één te gaan.

Jos Coenen is voorzitter van personeelsfractie PUR.

Deel dit artikel via je socials