Project Beethoven neemt na een jaar concrete vormen aan

Rector Silvia Lenaerts over de voortgang van ‘Beethoven’

Een kans om op een nieuwe manier samen te gaan werken, zo ziet rector magnificus van de TU/e Silvia Lenaerts project Beethoven: “Om de muren binnen de universiteit een beetje lager te maken of te doorbreken.” Het project lijkt op de meeste fronten op schema te liggen. In maart volgt een interne evaluatie.

Nieuwe mastertracks, retention officers, internationale wervingscampagnes en een nieuw chipinstituut: het is duidelijk dat Project Beethoven in volle gang is. Iets meer dan een jaar geleden kreeg de universiteit de eerste 11 miljoen van de in totaal 91 miljoen euro van de overheid toegekend. Dat geld is bedoeld om meer technisch talent op te leiden voor de chipsector. 

De universiteit wil daarvoor in 2030 meer dan 1900 extra masterstudenten hebben aangetrokken binnen de faculteiten Mechanical Engineering (ME), Applied Physics & Science Education (APSE), Electrical Engineering (EE) en Mathematics & Computer Science (M&CS). Zowel het wetenschappelijk als het ondersteunend personeel moet in dezelfde periode groeien met 146 nieuwe werknemers. 

Op koers

Zoals het er nu naar uitziet, ligt de universiteit op koers met beide doelen, vertelt Lenaerts. Er is al ondersteunend personeel aangenomen en de werving voor wetenschappelijk personeel komt op gang. Recent publiceerde de TU/e nog tien Beethoven-gerelateerde vacatures voor EE. Ook ME, M&CS en APSE zitten in een wervingsproces. Dit jaar moet de universiteit voor het project vijf wetenschappers aannemen. De rector voorziet daarin geen problemen.

De studentenaantallen zien er volgens Lenaerts ook goed uit. Toen het project van start ging, besloot de TU/e om het beoogde aantal nieuwe masterstudenten met honderd naar beneden bij te stellen. “Ik ben blij dat we dat gedaan hebben, want het oorspronkelijke aantal was wel zeer ambitieus.” 

Aan 1903 nieuwe masterstudenten komen zou mogelijk moeten zijn, denkt de rector. In het lopende studiejaar was er al een stijging te zien bij drie van de vier Beethovenfaculteiten. Alleen bij Mechanical Engineering daalde het aantal masterstudenten. “We moeten er echt naar gaan kijken waarom dat is, want we kunnen het niet verklaren.”

Juiste snaar

Veel initiatieven om nieuwe masterstudenten aan te trekken zijn dit jaar in gang gezet. De effecten worden daarom pas komend collegejaar zichtbaar. Sommige initiatieven moeten nog van de grond komen, waaronder een initiatief dat het makkelijker moet maken voor studenten om van en naar het hbo door te stromen. De basis hiervoor ligt er al wel, met het project Wisselstroom.

Andere inspanningen lopen al wel. Zo heeft de universiteit vier retention officers aangenomen, die ervoor moeten zorgen dat meer studenten na hun bachelor aan de TU/e blijven voor hun master. De universiteit heeft bewust gekozen om op die posities jonge mensen neer te zetten, “omdat die beter begrijpen hoe studenten denken en communiceren.”

De kunst is volgens Lenaerts om de juiste snaar te raken bij potentiële studenten. Dat geldt ook voor vrouwen, die volgens haar nog steeds ondervertegenwoordigd zijn. “Van vrouwen weten we dat ze graag impact willen maken en een maatschappelijk doel willen dienen. Dat maatschappelijke doel is er echt wel, maar we vertellen er vaak nog niet genoeg over.” 

Semicon draagt volgens de rector bijvoorbeeld bij aan het toegankelijk, betaalbaar en inclusief maken van de gezondheidszorg. “Zonder chips en elektronische componenten kun je die vooruitgang in de zorg helemaal niet realiseren.” 

Over de grenzen heen

De boodschap die de universiteit uitdraagt, maar vooral ook het inhoudelijke aanbod binnen de masters, moet dus aansluiten bij waar studenten naar op zoek zijn. “We willen daarvoor ook echt disruptieve nieuwe masters opzetten. Met circulariteit en duurzaamheid in semicon kunnen we bijvoorbeeld hele nieuwe dingen doen.” 

Het zou zonde zijn als we nieuwe mogelijkheden alleen bij de Beethoven-faculteiten houden

Silvia Lenaerts
rector magnificus

Daarvoor zijn ook faculteiten nodig die niet officieel binnen het Beethoven-project vallen, stelt Lenaerts. Om de samenwerking tussen faculteiten te vergemakkelijken, wil de universiteit kijken waar de toelatingsvoorwaarden meer gelijk getrokken kunnen worden. Die verschillen nu nog per faculteit. “Het is een beetje raar dat je voor de ene faculteit andere toelatingsvoorwaarden hebt dan voor een andere. Ik zie dit als een kans om dat soort dingen te vereenvoudigen.”

Aanhaken

Ook voor de nieuwe mastertracks, waarvan er in 2030 minstens vijftien moeten komen, kijkt de universiteit over de grenzen van de faculteiten heen. Zo zijn er al twee nieuwe mastertracks opgezet waarbij twee faculteiten samenwerken. Ook zitten er twee tracks in de pijplijn waarbij de faculteiten Biomedical Engineering en Industrial Engineering & Innovation Sciences betrokken zijn, beide geen officiële Beethoven-faculteiten. 

“Het is echt de bedoeling om andere faculteiten te laten aanhaken bij de nieuwe masters. Het zou zonde zijn als we nieuwe mogelijkheden alleen bij de Beethoven-faculteiten houden.” Er komt overigens ook een master over de landsgrenzen heen, in samenwerking TalTech, in Estland.

Onderzoek

De rector ziet Beethoven als een kans om op een nieuwe manier samen te werken: “Om de muren binnen de universiteit een beetje lager te maken of te doorbreken.” Tussen faculteiten, maar ook tussen verschillende domeinen binnen de universiteit. “De taskforces die we opzetten zijn niet van één faculteit of alleen diensten, maar echt met diensten en faculteiten samen.” Dat geldt ook voor de nieuwe Semicon Steering Committee – voorheen stuurgroep Beethoven – waarbij zowel onderwijs, onderzoek en valorisatie vast op de agenda staan, aldus Lenaerts. 

“Onderwijs is natuurlijk vooral Beethoven, maar daar is ook onderzoek aan gekoppeld. Als we docenten aantrekken, dan gaan die ook onderzoek doen. Dus het is belangrijk dat we afspreken wat voor onderzoek we willen doen en of dat onderzoek ook in onze valorisatie iets kan betekenen. Dat is echt een nieuwe manier van werken.”

Casimir Institute

In de stuurgroep zitten ook de directeurs van het nieuwe Casimir Institute. Toen Project Beethoven van start ging, was er nog een Future Chips Flagship. In het oorspronkelijke plan stond dat het gehele programmamanagement onder het flagship zou vallen. Maar het flagship bestaat niet meer; dat is opgegaan in het nieuwe instituut. Het volledige Project Beethoven onderbrengen onder een net nieuw opgericht instituut vond de universiteit echter geen goed idee. 

“Als we onder een nieuw instituut met zevenhonderd onderzoekers meteen heel Beethoven zouden zetten, dan zou dat een te zware belasting zijn.” Het Casimir Institute is volgens Lenaerts nog wel heel erg betrokken bij Beethoven, maar staat er nu naast in plaats van boven.

Door nieuwe wetenschappelijke posities voor Beethoven te koppelen aan onderzoek binnen het Casimir Institute, hoopt de rector de universiteit sterker te profileren als excellente onderzoeksuniversiteit. “Ons onderzoek is echt de basis voor ons onderwijs en dus ook onze masters. Als je les kunt krijgen van toponderzoekers die echt iets gedaan hebben waar je van onder de indruk bent, dan is dat fantastisch.” Excelleren in onderzoek kan daarmee ook bijdragen aan het aantrekken van meer masterstudenten, vooral uit het buitenland. 

Kamertekort

Als studenten dan vanuit het buitenland naar Eindhoven komen voor een master, moeten ze wel een plek hebben om te wonen. Afgelopen zomer zei de TU/e nog vijfhonderd studenten te hebben ‘verloren’ aan het heersende kamertekort. Het probleem zal niet van vandaag op morgen opgelost zijn, denkt Lenaerts. 

“Maar er gebeurt nu echt veel. Zo zijn de gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven actief aan de slag met het realiseren van studentenhuisvesting. Kijk bijvoorbeeld naar het project aan de Dorgelolaan, waar is vastgelegd dat er duizend studentenwoningen worden toegevoegd, direct grenzend aan onze campus.” Ze verwacht dat de inspanningen die nu geleverd worden, vruchten gaan afwerpen en het probleem zullen oplossen. 

Onverminderd belangrijk

Er gebeurt momenteel veel op geopolitiek gebied. Lenaerts verwacht niet dat die ontwikkelingen een negatieve invloed zullen hebben op project Beethoven. “Het geld is al toegekend. En de geopolitieke situatie benadrukt juist het belang van Beethoven; we moeten zien dat we de waardeketens hier kunnen houden. En de vraag om chips blijft onverminderd belangrijk, die gaat niet meer weg.” 

De geopolitieke situatie is voor de rector juist een stimulans om meer vergelijkbare projecten op te zetten in andere onderwerpen, zoals materialen voor de hightech maakindustrie. “We zijn heel erg afhankelijk van ruwe materialen uit China. We moeten echt gaan nadenken hoe we de volledige materiaalketen hier kunnen houden.”

Daarom zet de universiteit behalve op semicon ook in op materialen, energie en health, zoals valt te lezen in het nieuwe institutionele plan. Binnen die vier domeinen wil de TU/e zich vooral richten op de toekomst, zegt Lenaerts. 

“Het is onze taak om de professionals van morgen op te leiden, maar ook om kennis op te bouwen voor de industrie over tien jaar en daarna. Bedrijven werken aan problemen op de korte termijn. Wij zijn er om een weerbare samenleving te bouwen met mensen die diepgaande kennis hebben over verschillende domeinen.”

Interne evaluatie

Hoewel de rector nu al aangeeft op koers te liggen, zal pas in maart blijken of dat ook echt op alle vlakken het geval is. De TU/e gaat dan intern evalueren. De universiteit heeft zelf een belangrijke rol gespeeld in het bepalen van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan, maar uiteindelijk moeten de maatregelen wel zorgen voor voldoende extra masterstudenten.

Rond de zomer komt ook de officiële rapportage richting de overheid in beeld, waar de toekenning van het volgende deel van het geld van afhangt. Die is niet alleen bedoeld om te toetsen of alle tussentijdse doelen wel gehaald zijn, maar ook om te kijken waar eventuele bijsturing of aanscherping nodig is. 

Als daarbij ook blijkt dat het project op schema ligt, wil dat niet zeggen dat de universiteit achterover kan gaan leunen, benadrukt Lenaerts. “Daarom is voor mij die Semicon Steering Committee er: om te blijven pushen en innoveren. Het gaat niet vanzelf.”

Deel dit artikel