
Sluitstuk | Problemen tijdens zwangerschap vroeg op de radar
Hoewel de meeste kinderen zonder grote problemen ter wereld komen, kunnen tijdens een zwangerschap complicaties ontstaan – vaak zonder duidelijke waarschuwing. Nieuwe meetapparatuur levert steeds meer data op, maar de interpretatie daarvan blijft achter. Om dat te veranderen ontwikkelt TU/e-promovendus Ivar de Vries slimme algoritmes die kunnen helpen complicaties eerder te herkennen.
Tijdens de zwangerschap en rond de bevalling kunnen complicaties optreden die de gezondheid van moeder en kind beïnvloeden. In de perinatale zorg worden vier grote complicaties vaak samengevat als de zogenoemde ‘Big 4’: aangeboren afwijkingen, problemen met de placenta waardoor de foetus onvoldoende groeit, vroeggeboorte en zuurstoftekort tijdens de geboorte. Samen komen ze voor bij ongeveer 18% van de zwangerschappen. Wanneer baby’s na de geboorte overlijden of ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelen, is dat vaak te herleiden tot een van deze bekende oorzaken.
Intussen is er nieuwe technologie beschikbaar die veel gedetailleerdere metingen kan doen van de conditie van de foetus. “Met de nieuwe apparatuur meten we niet alleen het hartritme van moeder en kind en de wee-activiteit, maar zien we ook hoe weeën zich door de baarmoeder verspreiden”, legt TU/e-onderzoeker Ivar de Vries uit. Die extra informatie blijft in de huidige klinische praktijk echter onbenut, omdat artsen nog niet goed weten hoe ze die data moeten interpreteren.
Daar ligt precies de focus van het promotieonderzoek van Ivar de Vries. Hij ontwikkelt praktische handvatten voor zorgverleners: hoe kunnen deze nieuwe metingen worden ingezet om complicaties eerder en beter te herkennen?
Tijdens zijn PhD voerde hij tientallen metingen uit bij patiënten in het Máxima MC en werkte hij aan algoritmes die zinvolle informatie uit de data halen. Het doel is om voor alle vier de belangrijkste oorzaken de diagnostiek te verbeteren, zodat artsen tijdiger kunnen ingrijpen en baby’s een betere kans krijgen.
Overlevingskansen vergroten
“Het probleem is dat artsen nog onvoldoende scherp hebben wie ze moeten behandelen,” vertelt De Vries. Risicofactoren zijn wel bekend, maar leiden niet altijd tot een juiste inschatting. Daardoor worden ook zwangere vrouwen behandeld of opgenomen terwijl dat achteraf niet nodig blijkt. “Bij dreigende vroeggeboortes is dat in ongeveer de helft van de gevallen zo.”
Tegelijkertijd blijven patiënten die wél risico lopen soms onder de radar. “Als het dan misgaat, wordt dat niet altijd op tijd herkend, terwijl vroeg ingrijpen de overlevingskansen van baby’s aanzienlijk kan vergroten”, benadrukt De Vries.
“Het is voor het eerst dat we deze metingen kunnen doen, dus het is een unieke kans om daar iets waardevols uit te halen”, zegt hij. “Door data van gezonde en risicovolle zwangerschappen te vergelijken, kunnen we nieuwe medische technologie vertalen naar iets dat echt bruikbaar is in de klinische praktijk.”
De mens achter de data
Om de behoeften van medisch personeel goed te begrijpen en zijn onderzoek daarop af te stemmen, werkte De Vries tijdens zijn traject fulltime in het ziekenhuis. Zo verzamelde hij tijdens echo’s zelf data en was hij zelfs bij een aantal keizersnedes aanwezig. Dat gaf hem niet alleen een uniek inkijkje in de praktijk, maar bracht hem ook in contact met patiënten – iets wat hij als een bijzondere ervaring omschrijft.
“Je spreekt mensen die zelf hebben meegemaakt dat het mis is gegaan tijdens de zwangerschap. De vragen en onzekerheden waarmee ze zaten, laten zien waarmee ze geholpen zouden zijn geweest. Dat geeft richting aan je onderzoek. Die gesprekken motiveren ook heel erg, omdat je echt de mens achter al die data ziet en begrijpt waar je het voor doet.”
Daarnaast waardeert De Vries dat hij zij aan zij met artsen kon werken. “Aan het begin miste ik die medische achtergrond, dus dan is het heel fijn om samen aan een bureau te zitten”, vertelt hij. Die wisselwerking tussen medische en technische kennis werkte volgens hem uitstekend. “Er zijn heel wat onderzoeksideeën bij de koffieautomaat ontstaan.”
Vroeggeboorte
Bij bijna de helft van de baby’s die na de bevalling overlijdt, is vroeggeboorte de oorzaak. Je kunt medicijnen geven die de longen van het kindje helpen rijpen, maar die moeten 48 uur van tevoren worden toegediend en werken vervolgens ongeveer zeven dagen. “Deze medicatie heeft ook bijwerkingen, dus je wilt die alleen geven als het echt nodig is, en niet vaker dan twee keer”, legt De Vries uit.
Met een van de algoritmes die De Vries heeft ontwikkeld, kunnen artsen niet alleen vroeggeboorte voorspellen, maar ook inschatten wanneer de bevalling zal plaatsvinden. Zo kunnen zij de medicatie op tijd toedienen en alleen bij vrouwen die het echt nodig hebben. Tegelijkertijd kunnen vrouwen zonder verhoogd risico gewoon thuisblijven, zonder de stress van een onnodige ziekenhuisopname.
Een hartfilmpje zonder ruis
Een andere complicatie waar De Vries in zijn onderzoek op focust, zijn aangeboren afwijkingen. Dat betekent dat organen of lichaamsstructuren van de foetus niet goed zijn aangelegd. Zeker wanneer dit het hart betreft – het belangrijkste orgaan – kan dit levensbedreigend zijn. Daarom worden er in Nederland al vroeg echo’s gemaakt. Toch worden daarmee nog ongeveer 40 procent van de hartafwijkingen gemist.
“Met de nieuwe apparatuur kunnen we een hartfilmpje van het kindje maken”, legt De Vries uit. “Maar doordat het kindje in de baarmoeder ligt, achter de buikspieren van de moeder, is er veel ruis. Met een speciaal ontwikkeld algoritme halen we die ruis grotendeels weg, zodat we een duidelijker beeld krijgen.”
Een ander algoritme kan vervolgens op basis van het hartfilmpje bepalen of er sprake is van een aangeboren hartafwijking. “Anders zou je alle gynaecologen moeten trainen in het interpreteren van die data; het zijn tenslotte geen cardiologen.” Het algoritme kan automatisch gevallen met een hoog risico eruit filteren. Die filmpjes kunnen vervolgens worden doorgestuurd naar een expertisecentrum voor verdere beoordeling.
Snel handelen
Met de nieuwe technologie lijkt het mogelijk om meer van de afwijkingen vroegtijdig op te sporen. Niet alle kinderen zijn te redden, maar bij een vroege detectie heeft de zwangere nog tijd om te kiezen voor beëindiging van de zwangerschap. Voor veel mensen is dat minder zwaar dan een zwangerschap voortzetten waarvan ze weten dat het kind kort na de geboorte zal overlijden.
In sommige gevallen kan een pasgeboren kind direct na de bevalling geopereerd worden. Dan is het wel essentieel dat de afwijking vooraf bekend is, zodat het behandelteam zich goed kan voorbereiden en snel kan handelen.
Placenta
Problemen met de placenta kunnen leiden tot zwangerschapsvergiftiging, een aandoening die ook gevaarlijk kan zijn voor de moeder. Het veroorzaakt een hoge bloeddruk, die in ernstige gevallen kan uitmonden in nier- of hartfalen en zelfs tot overlijden kan leiden. “Op dit moment kunnen we zwangerschapsvergiftiging nog niet voorspellen. En als er eenmaal sprake is van nierfalen, ben je eigenlijk al te laat”, legt De Vries uit.
Uit nieuwe metingen heeft De Vries echter belangrijke biomarkers weten te identificeren, waarmee zwangerschapsvergiftiging al vroeg in de zwangerschap kan worden voorspeld: weken voordat de aandoening zich daadwerkelijk ontwikkelt. Daarmee kunnen artsen de zwangeren met een verhoogd risico beter in de gaten houden.
Praktische toepassingen
“De diagnostische methodes moeten nog gevalideerd worden, maar de technologie is in principe bijna zo ver dat we die in het ziekenhuis kunnen gebruiken”, zegt de promovendus hoopvol. Het feit dat het onderzoek zoveel praktische toepassingen kent, hangt volgens hem direct samen met de insteek ervan: het is ontstaan vanuit de vragen en behoeften van gynaecologen. “Zo hebben we iets gecreëerd dat ze echt kunnen gebruiken en dat werkt.”
Die behoefte is bovendien urgent. “Gynaecologen staan nu soms nog met lege handen, dus alles wat ze kunnen inzetten, wordt met beide handen aangegrepen.” Het doel is dat de methodes snel hun weg vinden naar de klinische praktijk, zodat zowel ongeboren als geboren baby’s betere kansen krijgen.
PhD in the picture
Wat zien we op je proefschriftkaft?
“Ik heb geprobeerd om de vier grote complicaties weer te geven. Je ziet een placenta die overgaat in de navelstreng, een tijdlijn die wijst op vroeggeboorte en een hartfilmpje.”
Je bent op een verjaardagsfeestje. Hoe leg je in één zin uit wat je onderzoekt?
“Ik onderzoek nieuwe methodes om problemen tijdens de zwangerschap eerder op te sporen.”
Hoe blaas je naast je onderzoek stoom af?
“Ik loop veel hard en train voor een halve marathon. Ik zit ook op scouting, waar ik als vrijwilliger leiding geef aan kinderen tussen de zeven en tien jaar. Dat vind ik hartstikke leuk om te doen.”
Welke tip had je jezelf als beginnende PhD’er willen geven?
“Het was een hele goede keuze om zelf mijn data te verzamelen in het ziekenhuis en veel met artsen samen te werken. Interdisciplinaire samenwerking is echt de kracht van mijn onderzoek geweest. Zo konden we elkaar helpen als we ergens op vastliepen: zij met een Excel-sheet en ik bijvoorbeeld met medische literatuur.”
Wat is je volgende hoofdstuk?
“Ik ga met dit onderzoek verder als postdoc. Ik wil doorgaan met de dingen waar ik tijdens mijn PhD aan heb gewerkt. De volgende stap is om dit door te ontwikkelen tot een product waarmee we klinische studies kunnen doen en uiteindelijk iets hebben dat we echt in de praktijk kunnen toepassen.”


Discussie