Herindeling Dommelgebied afgerond: “Klaar voor toekomst”

De herinrichting van het Dommelgebied op het TU/e-terrein is onlangs afgerond. Een mijlpaal, volgens terreinbeheerder-adviseur Thijs Mooren: “Met oog voor wateropvang, biodiversiteit en duurzaam gebruik is onze campus beter bestand tegen klimaatveranderingen.”

door
foto Campus & Facilities

De recente veranderingen in het Dommelgebied staan niet op zichzelf. Achter de schermen wordt al jaren gewerkt aan de herindeling vande campus. Doel is: een betere balans tussen bebouwing, groen en water – met aandacht voor zowel gebruiker als de natuur.

Cursor ging in gesprek met terreinbeheerder-adviseur Thijs Mooren en projectmanager Dirk Bax. Mooren weet wat het landschap en de biodiversiteit vragen en toelaten, en bewaakt die grenzen. Bax zet deze kaders om in uitvoerbare projecten op de campus. 

Onze visie gaat verder dan alleen vergroenen. Het is een samenspel van groen, blauw en grijs

Thijs Mooren
Terreinbeheerder-adviseur TU/e

Samen lopen zij de grootste veranderingen van de afgelopen tijd langs en vertellen ze waarom deze zo belangrijk zijn voor een toekomstbestendige campus.

Van parkeerplaats naar Groene Loper

Het kantelpunt in de herindeling van de campus van de TU/e, ligt volgens Mooren en Bax in 2012, het jaar waarin de Groene Loper werd aangelegd. “Op dat moment stond het hier echt nog vol met auto’s”, vertelt Bax. “Er kwam een vraag vanuit de universiteit om dat gebied her in te richten: minder auto’s, meer groen, en een prettigere campus voor gebruikers.” 

Zo’n verandering moet wel in balans zijn, benadrukt hij. “Je kunt auto’s niet helemaal weren, want niet iedereen kan met de fiets of het openbaar vervoer komen.” 

Daarom werd gekozen voor een ‘groene long’ in het hart van de campus: de Groene Loper, die loopt van de Dommel tot Flux. “Daarmee blijft de rand toegankelijk voor verkeer, terwijl je in het midden een groene ontmoetingsplek creëert.”

Deze eerste grote koerswijziging kreeg ook buiten de TU/e erkenning. In 2019 werd de Groene Loper genomineerd voor de Beste Openbare Ruimte Award.

Het belang van blauw

De tweede fase van de herindelingrichtte zich op het gebied rond de Dommel en de Blauwe Loper, aan de noordzijde van de campus. Die werkzaamheden zijn eerder dit jaar afgerond en draaien grotendeels om waterberging. “Onze visie gaat verder dan alleen vergroenen. Het is een samenspel van groen, blauw en grijs”, zegt Mooren – bomen en planten, water en verhard terrein.

Water kan esthetisch zijn [...] maar het is vooral functioneel

Thijs Mooren
Terreinbeheerder-adviseur TU/e

“Water kan esthetisch zijn – kijk bijvoorbeeld naar de vijver bij de Blauwe Loper – maar het is vooral functioneel”, legt hij uit. De campus ligt op een leembodem, die van nature slecht water opneemt. Bij hevige regen moet dat water dus ergens naartoe kunnen.

“Voorheen werd overtollig water via afvoersystemen direct naar de Dommel geleid”, vertelt Mooren. Dat systeem bestaat al sinds de oprichting van de TU/e, maar met steeds intensere regenbuien bleek het niet meer altijd toereikend. “Daarnaast staat regelgeving geen aansluiting op het riool meer toe bij uitbreiding van gebouwen en verharding.”

Flora- en faunaonderzoek

Voordat er wordt gebouwd op de campus, wordt er altijd eerst een flora- en faunaonderzoek gedaan. “Zo weten we wat er in dat gebied leeft en waar we rekening mee moeten houden”, vertelt Mooren. “In de bebossing rond de Dommel zitten bijvoorbeeld veel eekhoorns. Daarom hebben we de groenstrook daar zo min mogelijk onderbroken, zodat ze niet over verharde gebieden hoeven.” Behalve eekhoorns zijn er ook vossen en konijnen in het gebied te vinden. “En incidenteel is er een bever en een bunzing gesignaleerd.”

Daarom is het waterbergingssysteem vernieuwd. Verspreid over de campus zijn vier zogenaamde wadi’s aangelegd: kunstmatig aangelegde greppels waarin water tijdelijk opgeslagen kan worden. 

“In de zomer staan ze vaak droog, maar bij flinke regenval vangen ze water op van daken en verharding”, zegt Mooren. 

Via een ondergronds buizensysteem stroomt dat hemelwater naar de wadi’s, waar het deels infiltreert in de bodem en deels vertraagd wordt afgevoerd naar de Dommel. “Zo voorkomen we dat grote hoeveelheden water in één keer in de Dommel terechtkomen en verkleinen we de kans op wateroverlast.” De Blauwe Loper heeft eenzelfde afvoerfunctie. Wanneer deze te vol komt te staan, loopt het water via de wadi’s terug naar de Dommel.

Campusbreed

Met de Groene Loper en de recente aanpak van de waterberging zijn belangrijke stappen gezet, maar de herinrichting stopt daar niet. Over de hele campus worden kleinere ingrepen doorgevoerd die samen hetzelfde doel dienen.

“Denk aan een grotere variatie in beplanting, terughoudend beheer van het groen en aangepaste verlichting”, zegt Mooren. “Alles is erop gericht om het ecosysteem op de campus robuuster te maken.”

Dicht bij gebouwen is de beplanting vaak nog strak en esthetisch. “Dan kiezen we voor dezelfde plant, om een gevoel van eenheid te creëren”, aldus Mooren. Verder van de gebouwen wordt die opzet losgelaten. “Daar wordt het echt een mix van soorten.” 

Volgens Mooren maakt juist die variatie het ecosysteem sterker. “Bij een plaag wordt niet meteen alles getroffen, en door de diversiteit is de kans groter dat het systeem zichzelf herstelt.”

Vreemde vogels

Door de brede biodiversiteit zijn er heel wat speciale vogelsoorten te vinden op de campus, zoals de ijsvogel en de bosuil. Bij de brug bij de Kennispoort en tuinkamer Proteus (overblijfsel van het oude Paviljoen) hangen kastjes die de verschillende vogelsoorten registreren aan de hand van hun zang of roep – of getimmer, want er wonen ook spechten op de campus. Op de website Luistervink (zie linkjes) kun je live volgen welke vogels wanneer actief zijn.

Ook in het beheer wordt zo min mogelijk ingegrepen. “We proberen alles zo veel mogelijk te laten groeien”, zegt Mooren. Er wordt slechts één keer per jaar gemaaid, waarna het maaisel blijft liggen om uit te zaaien. Snoeiwerk gebeurt nog minder vaak. Alleen jonge planten krijgen in de eerste jaren extra verzorging.

Zelfs dode bomen blijven tegenwoordig staan. “Dat is juist goed voor de natuur. Er groeien paddenstoelen op, en insecten en vogels maken er holletjes in.” Daarnaast hangen er ook kastjes voor vogels en vleermuizen, verspreid over de campus.

Naast biodiversiteit en beheer, maakt ook verlichting deel uit van de vernieuwde aanpak. Op de campus worden lantaarnpalen geleidelijk vervangen door ledverlichting, met aandacht voor lichtkleur, richting en intensiteit. 

“Het moet veilig aanvoelen voor campusgebruikers, maar we willen ook verstoring van de natuur beperken”, vult Bax aan. Naar verwachting is eind 2030 alle verlichting op de campus ledverlichting.

De volgende stap

Het werk aan de campus is nooit echt klaar. Ook als de natuur meer ruimte krijgt, blijft toezicht en onderhoud nodig om alles in goede banen te leiden. Tegelijkertijd zorgen nieuwe ontwikkelingen – zoals Shaping our Future Campus – weer voor nieuwe uitdagingen. Nieuwe gebouwen betekent namelijk ook nieuwe buitenruimtes die moeten worden ingericht, aangelegd en onderhouden. Daarmee blijft de zoektocht naar balans tussen bebouwing, gebruik en natuur een terugkerende opgave.

Deel dit artikel