Sluitstuk | Twintig kilo water op je rug voor een koude douche

Niet overal ter wereld is water uit de kraan een vanzelfsprekendheid. In gebieden met waterschaarste spelen vaak allerlei conflicten over het recht op het kleine beetje water dat er is. Peter Kuin, die vorige week afstudeerde aan de faculteit IE&IS, bracht vier maanden door in Kenia om dergelijke waterproblemen in kaart te brengen.

“Het is fantastisch om op weg naar een interview links en rechts giraffen voorbij te zien lopen. Maar je wordt ook weer enorm met je neus op de feiten gedrukt als je na een week reizen de kraan opendraait en er komt weer eens niets uit”, zo vat Peter Kuin zijn verblijf in Kenia treffend samen. De masterstudent Innovation Sciences onderzocht in samenwerking met een lokale ngo (niet-gouvernementele organisatie) welke waterproblemen er in desbetreffende regio spelen en vooral welke mogelijkheden er zijn om de situatie te verbeteren.

“Ik heb veel met mensen gepraat. Van allerlei organisaties en instanties, maar juist ook met de lokale bevolking. Zo kwam ik bij een school waar ze voor water vijf kilometer verder moesten. Bleek dat er wel een dure waterput op hun terrein was gegraven, maar het relatief kleine bedrag voor de pomp kregen ze niet bijeen. Of het gezin met twee kinderen die onder de vliegen zaten, nauwelijks water te drinken hadden en het elke dag moesten doen met een klein kommetje rijst. Je leert wel relativeren.”

Uit de gesprekken leerde Peter - als buitenstaander vaak aangezien voor ‘blanke man met geld’ - dat de conflicten meestal niet heel groot zijn, maar ze wel flinke impact op de samenleving hebben. Boeren die zich niet aan het irrigatieschema van eens per twee weken bewateren houden omdat ze hun tomaten willen laten groeien; onenigheid over wie er na twee uur lopen het eerst bij de wachtrij voor de waterpomp mag aansluiten.

Het grote probleem zit volgens hem vooral in een gebrek aan samenwerking, noodzakelijk om een project te laten slagen. “Er zijn zulke verschillende belangen en ideeën over de oplossing dat dit samenwerken in de weg staat. Zo hebben mensen aan de ene kant van het dorp last van olifanten die - op zoek naar water - hele akkers vernielen en aan de andere kant van het dorp ontstaan juist conflicten omdat de mensen met olifanten-last illegaal water tappen in een poging die verwoeste akker te redden.”

Een ander punt waar Peter tegenaan liep, was het ontbreken van een strategische visie. “Plannen gaat hier op z'n Afrikaans: we zien wel hoe het loopt. Aan financieel management wordt nauwelijks gedaan en de werkhouding is ook niet echt proactief te noemen. Mensen kunnen makkelijk een dag vullen met staren naar de krant. Dat zijn deels ook culturele verschillen, die moet je als buitenstaander niet willen veranderen. Maar het is wel goed om te laten zien dat ze dingen zélf moeten aanpakken. Ik hoop daarom dat de ngo nog iets gaat doen met de praktische handreikingen die ik heb aangedragen aan het einde van mijn verblijf.”

Hoewel hij verwacht ooit weer eens voor een bepaalde periode naar Afrika terug te gaan, gaat Peter nu eerst in Nederland op banenjacht. “We zijn op de TU/e heel theoretisch opgeleid en ik wil graag meer praktische ervaring opdoen. Techniek met een maatschappelijk randje, dat is wat ik zoek.” En daarnaast vindt de atletische ingenieur - in zijn vrije tijd loopt hij veel hard - het ook wel zo prettig dat er na zijn training warm water uit de kraan komt. “Het leven is hier gewoon heel makkelijk.”

Deel dit artikel via je socials