EE wil instroom niet beperken en gaat voor alternatief
Steeds meer studenten willen Electrical Engineering studeren aan de TU/e. Om het totaalaantal studenten in de bachelor onder controle te houden, stelde het College van Bestuur een numerus fixus voor om de instroom te beperken. Maar volgens decaan Mark Bentum zijn er veel betere alternatieven.
Toen decaan van Electrical Engineering Mark Bentum van het College van Bestuur het verzoek kreeg om een numerus fixus in te stelllen, trok hij alles uit de kast om dat (nog) niet te hoeven doen.
De TU/e loopt met een snel groeiend aantal bachelorstudenten tegen financiële en praktische grenzen aan, erkent hij, maar zolang de faculteit de groei kan bolwerken, wil hij zoveel mogelijk bachelorstudenten blijven opleiden. “Dat is mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.”
Als alternatief komt de faculteit nu met andere maatregelen, die niet de instroom beperken, maar wel het totale aantal studenten binnen de bachelor terug moeten brengen.
De faculteit gaat nauw samenwerken met Fontys, en hoopt daarmee studenten waarvoor dat passend is, al tijdens het eerste jaar over te kunnen laten stappen naar het hbo. Ook wil de opleiding de studieduur verkorten, waardoor bachelorstudenten sneller doorstromen naar een master – het liefst aan de TU/e.
“We willen sturen tijdens de opleiding, in plaats van aan de poort. De faculteit noemt dit guidance: kijken naar de gehele onderwijsflow, en niet alleen naar de beheersing van de inflow.”
Waarom vind je het geen goed idee om een numerus fixus in te stellen?
“Ik begrijp dat je de hoeveelheid studenten in de bachelor onder controle moet houden; we kunnen niet oneindig groeien. Financieel gezien niet, maar ook qua ruimte. We hebben maar een beperkt aantal collegezalen op de campus. Ook de huisvesting van studenten is een probleem.”
“Anderzijds hebben we wel een ecosysteem van bedrijven om ons heen dat alleen maar schreeuwt: ‘we willen meer studenten – ook in de bachelor’. We zijn Beethoven ook niet gestart omdat we minder studenten wilden hebben, maar juist méér (master)studenten”
“Ik ben als decaan verantwoordelijk voor de opleiding en heb ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid, daarom vind ik dat we ons niet moeten inperken qua aantal studenten. Behalve als we het niet meer zouden kunnen bolwerken.”
Maar kun je het wel bolwerken? Je zegt net zelf dat er ruimtegebrek is, en hoe zit het met de werkdruk?
“We hebben een behoorlijk grote faculteit, dus we hebben gezegd: een voorlopige groei van studenten in de bachelor kunnen wij opvangen. Misschien moeten we daar speciale dingen voor doen, zoals bijvoorbeeld colleges twee keer geven, maar dat kunnen we aan. We hebben als faculteit gezegd: wij vinden de maatschappelijke vraag en de vraag uit de industrie belangrijker dan de druk hier.”
Is daar draagvlak voor binnen de faculteit?
“Ja dat is er over het algemeen. Natuurlijk zullen sommige docenten minder enthousiast zijn, maar dat houd je altijd. We hebben als faculteit een zeer gezonde student-stafratio.”
“Draagvlak is er ook bij de industrie. We hebben veel contacten met de industrie. Ik heb ze niet gevraagd of ze voor of tegen een numerus fixus zijn, maar of ze voor onze plannen zijn. En daar is echt draagvlak voor.”
“Vanuit de bedrijven kwamen stevige uitspraken. Die gingen vooral over het behouden van mensen voor het werkveld. Voor Brainport zijn zowel hbo- als wo- opgeleide elektrotechnici hard nodig. En zeker ook mbo’ers. De boodschap was dus: houd die studenten binnen het vakgebied!”
Hoe ga je dat doen?
“Bij ons op de opleiding valt meer dan een derde af na het eerste jaar; die studenten krijgen een negatief bindend studieadvies. Die zijn verloren voor het vak elektrotechniek. Wat we nu willen doen, is vanaf dag één samen met Fontys een parallel programma opstarten. We gaan dit meenemen in de introductie, aan het begin van de studie, en we gaan een aantal vakken gezamenlijk doen.”
“In de eerste twee maanden gaan we studenten heel actief volgen, door met ze in gesprek te gaan en tussentoetsen te geven. Daardoor weten we al vroeg hoe ze gaan presteren. Studenten krijgen vervolgens de mogelijkheid om al vanaf het tweede kwartiel af te stromen naar het hbo. Hierdoor lopen ze geen studievertraging op, maar nog belangrijker: ze blijven elektrotechniek studeren. Daarna kunnen ze via het hbo-toptraject na hun studie rechtstreeks bij onze master instromen.”
Die studenten zijn hier dus weer welkom?
“Absoluut. Wat we veel horen van studenten die niet naar het hbo wilden gaan, was dat ze de omgeving binnen Electrotechniek niet op willen geven, onder meer vanwege de zeer actieve studievereniging Thor en de bar Walhalla. Daarom zeggen we: jullie blijven hier welkom. Doe mee met studententeams, doe mee met de verenigingen.”
“We denken met dit plan meerdere dingen tegelijk te bereiken. We behouden studenten voor het vakgebied elektrotechniek, het hbo heeft te maken met dalende studentenaantallen, dus het is voor hen een mooie injectie, en uiteindelijk hopen we dat veel van die studenten weer terugkeren naar onze master.”
Deze studenten zouden alleen toch al afvallen vanwege het BSA. Hiermee beperk je de instroom niet, toch?
“Dat klopt. Maar we gaan ook actief werken aan het verkorten van de studieduur. Onze gemiddelde studieduur ligt momenteel rond de vijftig maanden. Dat willen we terugbrengen door studenten intensiever te begeleiden. Hiermee houden we het totaal aantal studenten in de bachelor Electrotechniek beheersbaar.”
“Ik geef zelf bijvoorbeeld een derdejaarsvak: elektromagnetisme. Dat is wereldwijd een struikelvak binnen elektrotechniek. Wat wij hebben gedaan, is studenten verplichten om gedurende het kwartiel opgaven te maken. We werken in kleine groepen onder begeleiding van een teaching assistant en studenten leggen aan elkaar uit hoe ze tot oplossingen komen.”
“Deze aanpak heeft ertoe geleid dat slagingspercentages zijn gestegen van 20 à 30 naar ongeveer 60 procent. Als je meer van dit soort interventies doet, krijg je een groot effect.”
Hoe lost dat het capaciteitsprobleem op?
“De studieduur moet korter. Dan blijft het totaal aantal ingeschreven studenten beheersbaar. Ons model laat zien dat het totale aantal studenten met deze maatregelen min of meer constant blijft. Dat komt uit rond de 900 à 1000 studenten, alle jaren bij elkaar opgeteld. Dan groeit de opleiding niet onbeheersbaar en blijft het financieel werkbaar.”
Maar wat als er volgend jaar ineens 700 nieuwe studenten bij zouden komen?
“Dat is een goede vraag. Eerst maar eens kijken of dat gebeurt. De verwachting is van niet. Maar als dat wel zo is, dan komen we uiteindelijk waarschijnlijk ook niet onder een numerus fixus uit. We willen dat niet, maar er zijn grenzen.”
Dus eigenlijk wil je helemaal geen beperking van de instroom?
“Als het aan mij ligt niet.”
Wat denk je dat ervoor heeft gezorgd dat het College van Bestuur de faculteit toch de ruimte geeft om dit te proberen?
“Ik denk dat de koppeling met het hbo daarin belangrijk is, dat geeft vertrouwen. Tegelijkertijd bereiden we ons wel voor op een numerus fixus, voor als het niet werkt. In het voorjaar evalueren we alles, dan kijken we naar de resultaten en naar de nieuwe vooraanmeldingen. Als blijkt dat er geen studenten doorstromen of dat het systeem niet werkt, dan moeten we samen concluderen dat een andere oplossing nodig is.”
Als er toch een numerus fixus komt, blijft de nieuwe constructie dan toch bestaan?
“Jazeker, we waren al langer bezig met de verbinding tussen het hbo en wo. Met ingang van dit studiejaar doen we al een eerstejaarsvak samen met het hbo. Eigenlijk onderzoeken we al jaren of we niet naar een gezamenlijke propedeuse toe kunnen. Dat is een grote uitdaging, maar we zetten wel stappen in die richting.”


Discussie