Chemical Engineering & Chemistry krijgt numerus fixus
Om de kwaliteit van de opleiding te waarborgen, komt er een ‘cap’ op de bachelor Chemical Engineering & Chemistry van de TU/e. De numerus fixus gaat in vanaf collegejaar 2027-2028. De faculteit onderzoekt de mogelijkheden voor een Nederlandstalige en een Engelstalige track, waarbij alleen de Engelse track een instroomplafond krijgt.
Vast staat dat er een numerus fixus komt, laat decaan Mark Boneschanscher van Chemical Engineering & Chemistry (CE&C) desgevraagd weten. Het faculteitsbestuur heeft dat bepaald in overeenstemming met de onderwijscommissie en de faculteitsraad. In september besluit het College van Bestuur hoe hoog de cap wordt.
De instroom beperken is volgens Boneschanscher nodig, omdat het aantal inschrijvingen voor de opleiding snel groeit. ‘Onze bachelor is in dit vakgebied nu al de grootste van Nederland – en we groeien qua aantallen nu snel in de richting van de grootste bacheloropleidingen van Europa’, legt hij uit.
Kwaliteit waarborgen
De CE&C-bachelor is volgens de decaan zeer praktisch opgezet, met veel projecten en lessen in het lab. ‘De huidige labcapaciteit – die onlangs uitgebreid is – laat maximaal 220 eerstejaarsstudenten toe.’ De universiteit verwacht het komend studiejaar 235 studenten te verwelkomen bij de bachelor.
‘Door de sterke toename van het aantal aanmeldingen, voornamelijk vanuit het buitenland, zijn we genoodzaakt een cap in te stellen om de kwaliteit van de opleiding (en dan vooral in het praktische werk) te kunnen blijven waarborgen’, aldus Boneschanscher.
Twee tracks
Gezien de vele internationale inschrijvingen wil de faculteit zorgvuldig bekijken hoe de numerus fixus én de bacheloropleiding als geheel kunnen worden ingericht. De faculteit onderzoekt de opties voor het opzetten van twee tracks binnen de opleiding: een Engelstalige track en een nieuwe track met een significant aandeel Nederlandstalig onderwijs. Alleen de instroom voor de Engelse track krijgt daarbij een numerus fixus.
De snelle groei van de opleiding komt vooral van buitenlandse studenten. ‘Door de numerus fixus uitsluitend toe te passen op de Engelstalige track, kan de opleiding de groei van de internationale instroom beheersbaar houden, terwijl de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten behouden blijft en de onderwijskwaliteit kan worden geborgd’, aldus Boneschanscher.
Toegankelijk voor Nederlandse studenten
Omdat CE&C een publieke onderwijsfunctie heeft, zou die toegankelijk moeten blijven voor Nederlandse vwo-leerlingen, stelt de decaan. Een Nederlandse track zou tegelijkertijd de drempel voor deze groep verlagen om aan de TU/e te komen studeren.
Bij de chemische industrie in Brainport zou volgens Boneschanscher daarnaast veel behoefte zijn aan hoogopgeleide Nederlandstalige en internationaal georiënteerde ingenieurs. ‘Een tweetalig opleidingsaanbod sluit beter aan bij deze arbeidsmarkt.’
Het invoeren van twee tracks is een van de weinige manieren – zo niet de enige – waarop de universiteit de instroom kan beperken zonder daarmee de instroom van Nederlandse studenten te beïnvloeden.
Onlangs was hier nog veel over te doen, omdat bij de huidige drie – volledig Engelstalige – numerus-fixusopleidingen binnen de TU/e, de cap wél van toepassing is op alle aanmelders. Er waren zorgen over de gevolgen daarvan voor Nederlandse leerlingen (zie kader).
Nederlands versus internationaal
Een column van hoogleraar Boudewijn van Dongen zorgde in april voor ophef over de numerus-fixusopleidingen van de TU/e. Hij bekritiseerde het beleid, omdat daardoor studenten uit de regio deels door concurrentie van internationale studenten mis zouden grijpen in de decentrale selectie. De column leidde tot Kamervragen over de toegankelijkheid van de numerus-fixusopleidingen voor Nederlandse studenten. Onderwijsminister Rianne Letschert zag geen aanwijzingen dat grote groepen studenten worden verdrongen door internationale studenten. Ook de opleidingsdirecteuren stelden dat Nederlandse studenten niet buiten de boot zouden vallen.
Of er twee tracks komen, hangt nog af van een aantal factoren. Zo is een belangrijke voorwaarde dat er draagvlak voor is binnen de CE&C-gemeenschap, vertelt Boneschanscher. Die gemeenschap is volgens hem nu hecht en dat wil de faculteit graag zo houden.
Eén opleiding
‘Studenten van beide tracks volgen daarom één opleiding, werken zoveel mogelijk samen in onderwijsactiviteiten en maken deel uit van dezelfde studievereniging, projectgroepen en opleidingsgemeenschap. Het doel is niet om twee gescheiden opleidingen te creëren, maar één opleiding met twee toegankelijke instroomroutes.’
Het plan gaat volgens de decaan alleen door als het mogelijk is om met de nieuwe tracks de onderwijskwaliteit, de studeerbaarheid, de samenhang binnen de studentengemeenschap te behouden en de werkdruk niet te verhogen. Er moeten daarnaast nog veel details worden uitgewerkt.
Op de vraag of er uitstel komt voor de numerus fixus als het niet lukt om de twee tracks op te zetten, zegt Boneschanscher: ‘Uitstel is voor ons geen optie. We hebben er vertrouwen in dat we een goede basis kunnen leggen voor de twee tracks, die we jaar op jaar kunnen perfectioneren.’


Discussie