UR | Het prijskaartje van een actieve studententijd
De TU/e stimuleert studenten om zich naast hun studie breed te ontwikkelen. Maar wie een bestuursjaar doet, in een studententeam zit of actief is in de medezeggenschap, betaalt daar vaak zelf de prijs voor, schrijft student Sterre van de Schoot.
TU/e-studenten leveren goede prestaties in hun studie, maar ontwikkelen zich ook daarbuiten: tijdens een bestuursjaar bij een vereniging, via medezeggenschap of binnen een van de studententeams. Althans, dat is het ideaalbeeld waar de universiteit graag mee pronkt. Wat minder zichtbaar is, is het prijskaartje dat daarbij komt kijken.
Want als je agenda overdag gevuld is met vergaderingen en je ’s avonds tijd maakt voor sport, vrienden, een bijbaan of simpelweg ontspanning, blijft er minder tijd over voor je studie. Een actief studentenleven leidt dus al snel tot studievertraging. En studievertraging is tegenwoordig een luxe die niet iedereen zich kan veroorloven.
Studenten hebben te maken met alsmaar stijgende kosten: huur, collegegeld en boodschappen. Met de basisbeurs – ongeveer 350 euro voor een uitwonende student – kun je de huur vaak niet eens betalen. Dat betekent: extra lenen, meer werken of financiële steun van ouders. En ieder extra studiejaar moet je zelf bekostigen. Doe je vier jaar over je bachelor, dan krijg je nog steeds maar drie jaar basisbeurs.
Ondertussen profiteert de TU/e van de zichtbaarheid en successen van studenten die zich inzetten voor verenigingen en studententeams, terwijl diezelfde studenten zelf opdraaien voor de financiële gevolgen van hun studievertraging. Ja, er is een bestuursbeurs, maar die dekt vaak net het collegegeld, terwijl je in zo’n jaar nauwelijks vakken volgt.
Als deze ontwikkeling doorzet, dreigt een driedeling onder studenten: de ‘grijze massa’ die zich volledig op de studie richt, de ‘zesjesstudenten’ die alles combineren en hun studie nét halen, en de ‘rijke actievelingen’ die zich studievertraging kunnen veroorloven. Met als gevolg dat de veelzijdige verenigingscultuur in Eindhoven onder druk komt te staan.
Dat is zonde, want de ervaring die je opdoet met extracurriculaire activiteiten is van grote waarde. Je ontwikkelt vaardigheden als leiderschap, samenwerken, beleid maken en communiceren – juist door het in de praktijk te doen. Die vaardigheden vormen een belangrijke basis voor een succesvolle carrière na de studie.
Daarom is het tijd voor meer erkenning van studenten die zich naast hun studie inzetten. Denk aan het toekennen van studiepunten voor commissiewerk of een ruimere financiële compensatie voor studenten in besturen en studententeams. Sommige universiteiten zetten al stappen, bijvoorbeeld met ‘collegegeldvrij besturen’: studenten die voltijds een bestuursfunctie of teamrol vervullen, betalen geen collegegeld. Dat is niet meer dan logisch – zij volgen immers geen onderwijs in die periode.
Hoe dan ook: verandering is nodig. Laten we van de actieve student weer de norm maken, in plaats van een elitepositie.
Sterre van de Schoot is student Bouwkunde aan de TU/e en is namens studentenfractie DAS lid van de Universiteitsraad. Ze schrijft deze column op persoonlijke titel.
Foto Sterre van de Schoot | Jurre Wolters

Discussie