door

Werken tussen de colleges door

21/01/2026

Aan het einde van zijn eerste jaar aan de TU/e werd Wob Knaap gebeld door een vriend die bijna klaar was met zijn studie. Hij stopte bij het voorlichtingsteam en vroeg of Knaap zijn plek wilde overnemen. Het klonk meteen als een ideale studentenbijbaan, dus hij ging ervoor.

Achteraf bleek dat helemaal niet zo uitzonderlijk. Wie wat langer rondloopt op de TU/e ziet het overal: studenten die hier werken. Bij het voorlichtingsteam, als mentor, studentassistent, bij de IT-desk, in de bibliotheek of achter de receptie. De universiteit draait voor een deel op studenten die naast hun studie ook op de campus werken.

Wat daarbij opvalt, is hoe goed dat eigenlijk past. De werktijden zijn flexibel, er wordt rekening gehouden met tentamenweken en iedereen begrijpt dat je studie op één staat. Het zijn geen bijbanen die je er met moeite naast moet proppen, maar banen die meebewegen met je week en je ritme.

Ook in de kleine dingen merk je dat. Als er iets mis is met je laptop, sta je bij de IT-balie vaak tegenover een bekend gezicht: een medestudent die weet hoe het eraan toegaat. Dat maakt het contact makkelijk en vertrouwd.

Inmiddels heb ik mijn plek weer kunnen doorgeven aan een nieuwe student. En eigenlijk gaat dat vanzelf: iemand stapt uit, een ander neemt het over, en zo blijft het systeem draaien. Misschien zijn we dat normaal gaan vinden. Het klassieke beeld van een studentenbaan ligt nog steeds in de horeca, maar ondertussen kun je op de TU/e ook werken op een manier die past bij je studie.

Het is geen groot beleidsverhaal. Maar in een tijd waarin studeren duurder wordt en de druk toeneemt, is het best bijzonder dat je op de plek waar je studeert ook kunt werken. Soms zit de kracht van een universiteit niet in grote plannen, maar in dingen die gewoon goed geregeld zijn.

Wob Knaap is student Data Science aan de TU/e. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Deel dit artikel