TU/e krijgt waarschuwing van Arbeidsinspectie

De Arbeidsinspectie ziet dat de TU/e grote stappen heeft gezet op het vlak van werkdruk en ongewenst gedrag. Toch waarschuwt de inspectie de universiteit in een brief op vier punten, onder meer omdat zij de oorzaken onvoldoende in kaart heeft. Het bestuur ziet de brief als ‘welkome aanmoediging om door te pakken.’

De TU/e heeft onvoldoende zicht op de oorzaken van werkdruk en kan mede daardoor geen gerichte maatregelen nemen, stelt de Arbeidsinspectie. Op het gebied van ongewenst gedrag heeft de universiteit volgens de inspectie geen volledig beeld van de risicofactoren De bevindingen komen voort uit een bezoek in de lente, dat zich specifiek richtte op deze onderwerpen. 

Dat werkdruk binnen de universiteit een belangrijk risico vormt, bleek eerder ook uit de Employee Experience Survey (EES). Deze enquête laat zien hoeveel werkdruk medewerkers ervaren, stelt de inspectie, maar het biedt onvoldoende inzicht in de oorzaken ervan. Ook de dialoogsessies die afgelopen jaar uit het EES volgden gingen daar volgens de instantie niet diep genoeg op in. 

Niet volledig in beeld

Om de werkdruk te verminderen neemt de universiteit verschillende maatregelen, waaronder vergadervrije weken, verschillende trainingen en de pilot Smarter Academic Year. Of die maatregelen ook effect hebben, onderzoekt de universiteit echter onvoldoende, aldus de inspectie. De precieze bronnen van de werkdruk zijn daarnaast niet volledig in beeld, waardoor het mogelijk is dat de huidige maatregelen niet toereikend zijn, staat in de brief.

Hetzelfde geldt voor ongewenst gedrag. De TU/e weet dat leiderschapsstijlen binnen de universiteit een risico vormen voor ongewenst gedrag en heeft daar ook actie op ondernomen, maar de inspectie ziet ook dat in praktijk nog grote verschillen bestaan tussen leidinggevenden. 

‘Waar de een actief inzet op het voorkomen van psychosociale belasting en het oplossen van incidenten, laat de ander dit liggen’, aldus de brief. ‘Of teams goed kunnen functioneren en of gedragsregels worden gehandhaafd, is nu nog te sterk afhankelijk van de betrokkenheid en sensitiviteit van de individuele leidinggevende.’

Nieuwe initiatieven

Omdat het nieuwe leiderschapsprogramma – net als de nieuwe gedragscode, het uitbreiden van het team vertrouwenspersonen en het inzetten van platform OpenUp – pas net is ingevoerd, kan dat nog niet op effectiviteit getoetst worden. Daarnaast heeft de universiteit onvoldoende zicht op andere risicofactoren. Daarvoor noemt de inspectie de neurodivergente doelgroep als voorbeeld, waarbij relatief veel uitval zou plaatsvinden. 

Het College van Bestuur (CvB) erkent in een schriftelijke reactie aan Cursor dat er verbeterpunten zijn en ziet de brief als ‘welkome aanmoediging’ om door te pakken op het onderwerp. “We zijn momenteel bezig om de genoemde verbeterpunten verder te integreren in onze plannen. We gaan ons extra richten op het versterken van de risico-inventarisatie en beoordelingscyclus, het verbeteren van evaluatie en effectmeting van maatregelen en harmonisatie in de aanpak van werkdruk en sociale veiligheid binnen de universiteit”, aldus de woordvoerder.

Positief signaal

Het CvB is blij dat de Arbeidsinspectie de plannen en de stappen die al zijn gezet waardevol vindt, stelt de woordvoerder. Hij noemt het een zeer positief signaal dat de Arbeidsinspectie in een mondelinge toelichting had aangegeven dat TU/e-medewerkers meer ruimte voor dialoog ervaren.

Het bezoek van de inspectie is onderdeel van een proces dat al langer loopt. In 2020 vroeg de inspectie alle universiteiten een actieplan te maken om ‘psychosociale arbeidsbelasting’ te beheersen. In 2023 volgde een bezoek, om te zien of de universiteiten verbeteringen hadden doorgevoerd en welk effect die hadden. 

Opheffen overtredingen

Ook toen had de TU/e volgens de Arbeidsinspectie al onvoldoende inzicht in de oorzaken van werkdruk en ongewenst gedrag, en de effectiviteit van de maatregelen hiertegen. In de brief legt de inspectie de universiteit nu voor elke waarschuwing een termijn op, waarbinnen de overtredingen opgeheven moet zijn. Voor de inventarisatie van werkdruk en ongewenst gedrag is die negen maanden, voor de evaluatie ervan achttien maanden. 

De inspectie kan na die termijn opnieuw controleren op de onderwerpen waarover de universiteit in overtreding was. Als die punten dan niet zijn opgelost, kan een boeterapport volgen.

Deel dit artikel