UR en vakbonden mengen zich in kwestie voormalig ombuds
Doordat de Universiteitsraad op intranet een standpunt in heeft genomen over het verzoek van voormalig ombuds Anna Soedira om eerherstel, is de kwestie bij de TU/e-gemeenschap onder de aandacht gekomen. Volgens de raad geeft een hofuitspraak aanleiding tot heroverweging van haar behandeling. Het College van Bestuur blijft achter het destijds gevolgde proces staan. In een eigen verklaring roepen de vakbonden donderdag op tot een gesprek tussen het bestuur en Soedira.
Een jaar geleden stapte de voormalige ombuds van de TU/e voortijdig op, nadat het College van Bestuur (CvB) aan haar kenbaar had gemaakt haar contract niet te willen verlengen. Er zou volgens het bestuur een gebrek aan vertrouwen (intranet) van beide kanten aan ten grondslag liggen. Het CvB heeft om privacyredenen nooit uit de doeken gedaan waar het gebrek aan vertrouwen op was gebaseerd.
In een afscheidsbrief (intranet) stelde Soedira dat het CvB het vertrouwen in haar eenzijdig had opgezegd en daar geen gegronde motivering voor had gegeven.
Eerherstel
Voor de zomer nam Soedira opnieuw contact op met het CvB en vroeg daarbij om eerherstel, rectificatie en compensatie. Een uitspraak van het gerechtshof in een ontslagzaak gaf daar voor haar aanleiding toe, omdat het hof volgens haar belangrijke onderdelen van haar eerdere waarschuwingen over sociale onveiligheid en haar adviezen daarover ondersteunde.
In haar correspondentie met het CvB nam ze onder andere de Universiteitsraad (UR) en de vakbonden mee en in een latere brief richtte ze zich zelfs direct tot hen. De raad besloot daarop om een openbare reactie in de vorm van een verklaring op intranet te plaatsen, vertelt UR-lid Hjalmar Mulders.
Openbare reactie
“De voormalig Ombuds heeft de Universiteitsraad rechtstreeks benaderd met legitieme vragen over een onderwerp dat de onafhankelijke Ombudsfunctie als instituut raakt”, licht hij dat besluit toe. “Omdat de vraag de institutionele positie van de Ombudsfunctie en daarmee de universitaire gemeenschap als geheel betreft, vond de raad het passend zijn antwoord openbaar te maken.”
In de verklaring stelt de UR dat het hof met de uitspraak ‘expliciet betekenis’ heeft toegekend aan de signalering en advisering van Soedira. Volgens de UR is publieke erkenning passend, omdat Soedira met haar signalering en advisering handelde binnen haar onafhankelijke rol als ombuds.
De UR vindt daarnaast dat Soedira, “voor zover haar signalering en advisering een rol speelde bij latere beoordeling van haar functioneren of positie”, op dat punt eerherstel toekomt. Mulders: “Zonder eerst te erkennen wat uit nieuwe feiten of een rechterlijk oordeel volgt, kun je niet geloofwaardig tot herstel, leren en implementatie komen.”
Vakbonden
Op donderdag publiceerden ook de vakbonden een eigen verklaring (intranet). De bonden wilden daarvoor eerst een gesprek met het CvB afwachten, vertelt vertegenwoordiger Jan Vleeshouwers. “Toen het CvB het contract met Soedira wilde opzeggen was het bestuur verrast over onze verklaring (intranet) daarover. We hebben toen afgesproken deze dingen in onderlinge dialoog op te pakken, dus dat doen we nu.”
De bonden vinden eerherstel, rectificatie of compensatie passend, maar zien ook de complicaties daarvan, stelt Vleeshouwers. Ze roepen in de verklaring op tot een gesprek tussen Soedira en het CvB.
CvB staat achter het proces
Volgens het CvB heeft de uitspraak van het gerechtshof geen betrekking op de rol van de ombuds. Over of haar optreden in de zaak mee heeft gespeeld bij de beoordeling van haar functioneren of positie, wil het CvB om privacyredenen geen uitspraken doen. Hetzelfde geldt voor de mails van en naar de ombuds over eerherstel.
“Correspondentie tussen de Ombuds en het CvB is, net als correspondentie met andere (oud-)werknemers, niet bedoeld voor openbaarmaking”, aldus woordvoerder Ivo Jongsma.
Het CvB staat volgens Jongsma nog steeds achter het destijds gevolgde proces. Wel betreurt het eigen zeggen dat het niet is gelukt het vertrouwen van de voormalig ombuds in het CvB te herstellen.
Op de vraag of de verklaring van de Universiteitsraad invloed heeft op hoe het CvB tegen de situatie aankijkt, zegt Jongsma dat de brief zal worden meegenomen in een vertrouwelijk proces met de Universiteitsraad dat al loopt.
Rolzuiverheid
Hij doelt hiermee op het traject rond een onderzoek onder leiding van Verinorm. Dat volgens hem is ingezet om “verdere lering te kunnen trekken uit de rol van ieder gremium bij dergelijke casussen”.
Met het onderzoek wilde het CvB ook breder kijken naar rolzuiverheid, vertelde bestuursvoorzitter Koen Janssen in een eerder interview met Cursor. Het onderzoek moest daarnaast helderheid scheppen over vertrouwelijke ombudscommunicatie die zonder toestemming van Soedira was ingebracht in meerdere zaken, waaronder de betreffende ontslagzaak.
Reflectie
Als onderdeel van het traject rond het onderzoek stellen de verschillende partijen iedere een reflectie op op hun handelen bij de casus, inclusief “lessons learned”, laat Jongsma weten. In een “mondelinge uitwisseling over ‘lessons learned’” samen met vertegenwoordigers van de UR en de bonden, schrijft de voormalig ombuds in haar brief echter geen toegevoegde waarde te zien. Soedira is voor het onderzoek wel door Verinorm geïnterviewd, aldus Jongsma.
Volgens de woordvoerder komt er een gezamenlijk gedragen plan voor een betere uitwerking van de rol van de ombuds en de werkwijzen daaromheen. “Het uiteindelijke doel is natuurlijk te komen tot een situatie met sterkere waarborgen voor sociale veiligheid voor onze medewerkers. Het CvB ziet de rol van Ombuds voor Personeel als onmisbaar hierbij, evenals de andere onderdelen van het sociale veiligheidsnetwerk van de TU/e.”

Discussie